Roelof en Sjoukje Bakker.

Liefhebberij: Tijdreizen kan in Wolvega

Roelof en Sjoukje Bakker. Piet Bosma

Oude koffieblikken, tabakspotten, reclame-uitingen, bolhoeden, inclusief hoedendoos of –koffer. Zomaar wat items waar Roelof en Sjoukje Bakker gek op zijn.

Ze verzamelen niet alleen de wereld aan oude items, ze stellen ze ook nog eens tentoon. Ze richtten in hun woning een oude tabakswinkel in, een kruidenierszaak, een schoollokaal, een bakkerij en een kledingwinkel. Het verhaal achter museum ’t Kiekhuus in Wolvega.

Oude schoolspullen

‘Mijn ouders waren al gek op oude spullen’, steekt Roelof van wal. Vooral oude schoolspullen trok hun aandacht. Als kleine jongen ziet hij veel oude voorwerpen voorbij komen en hij wordt er vaak over verteld. ‘Wellicht niet voor niets dat geschiedenis mijn favoriete vak was op school.’ Zelf geeft hij de voorkeur aan oude blikken en start rond zijn zeventiende een verzameling. Alle formaten komen voorbij. ‘Als het maar oud is’, benadrukt hij. En met oud bedoelt hij ook echt oud. ‘Het liefst zo oud mogelijk, maar ze moeten minimaal uit de jaren vijftig stammen.’

Oude kruidenierswinkel

Hij ontmoet zijn huidige vrouw, die deze interesse met hem deelt. Dat werkt, ‘dat houdt het vuurtje brandende’. ‘Samen gingen we in Ter Idzard in een oude kruidenierswinkel wonen.’ De verzameling breidde zich uit. Niet alleen het blikkenarsenaal, ‘ook gingen we – op vlooienmarkten – op andere oude spullen letten’. Er kwam wel eens een verpakking bij, wat reclame, een koffiemolen, een toonbank. Het idee om een ouderwets winkeltje in te richten werd geboren. Lang zo enorm niet zoals het er anno 2021 bijstaat, maar er was een begin.

Sigarenwinkel

In 1985 verhuisden Roelof en Sjoukje naar Wolvega, waar zij op Grindweg 35 een sigarenwinkel overnamen. Sjoukje zwaaide daar jaren de scepter. Maar achter de schermen groeide de voorraad verzamelitems door. ‘Een hoekje vol schoolspullen van mijn ouders, een hoek met oude teddyberen van mijn broer, de kruideniersafdeling en de blikken.’ Een compleet museum, zo vonden ook de eigenaars. Een museum, waar bezoekers terug in de tijd kunnen. Maar het woord museum vonden beiden net te ver gaan, daarom noemden ze het ’t Kiekhuus. Een kijkhuis dat de deuren opende in 1988. Een klein gedeelte werd ingericht als museum – zo’n twee kamers – en de rest van de benedenverdieping werd gebruikt als woning en voor de winkel. ‘Tot deze tabakszaak sloot. Toen hadden we er opnieuw een uitdaging bij, want hoe leuk zou het zijn om de tabakszaak voort te laten leven, maar om te toveren tot winkel uit de jaren twintig?’

De tekst gaat verder na de foto


Tabaks potten

En dat lukte: met oude toonbank in het midden vol items uit die tijd. Een carrousel vol oude ansichten ‘hadden we er weer een verzameling bij’ en tabakspotten, sigaren en sigarettenverpakkingen. Blikken niet te vergeten, een bijpassende klok, pijpen, oeroude kassa en reclame. De bezoeker komt ogen te kort. Maar Roelof weet uitermate goed uit te leggen wat waarvoor diende en waar deze spullen vandaan komen. ‘Deze originele Peter Stuyvesant-sigaren werden vroeger gemaakt in Drachten’, zegt Roelof om maar eens wat te noemen. De verzameling werd steeds professioneler ingericht. De juiste kleuren, de juiste vloer. ‘Het moet wel zo echt mogelijk lijken’, beschrijft Bakker. Iets wat nog hoog op zijn verlanglijstje staat zijn spullen van een tabaksfabriek die ooit in Wolvega heeft gestaan. ‘Tabaksfabriek De Wolf stond hier rond 1870. Ik zag ooit een zakje van de fabriek in een museum in Amsterdam.’ Een ontzettend schaars item, weet ook de verzamelaar, ‘maar dat maakt het juist zo leuk’. ‘Het is nooit compleet, er blijft altijd wat te verzamelen.’

Charlestonjurk

Het volgende vertrek staat vol kleding(items) als hoeden, een klaphoed, bijpassende koffers en dozen. ‘Met dit reclameborsteltje kon je je kostuum afborstelen.’ Een Charlestonjurk uit 1920 is een eyecatcher evenals de toonbank. ‘Die stond op zolder bij firma Wierda in Wolvega. Toen de kledingwinkel ophield te bestaan, konden wij de honderd jaar oude toonbank overnemen.’ Wederom iets wat precies in het vertrek past. De kruidenierswinkel die door de liefhebbers is nagebootst toont rekken vol blikken: één van twee en één van vier meter lang. En zo hoog als het plafond. Kruiden zijn er in alle soorten en ze zijn af te wegen, maar ook koffiebonen zijn er te malen. ‘We gaan vaak het hele land af als we een object kunnen scoren die we nog niet hebben.’

Vijf kilo pepermunt

Roelof toont een vliegtuig van het merk King dat vroeger cadeau werd gedaan. ‘Zat ooit vol met vijf kilo pepermunt’, beschrijft hij. Een bijzonder en kostbaar product. Een op maat gemaakt rek met daarop vier koffieblikken van Kanis en Gunnink. ‘Een bizar mooi pronkstuk, waar ik verliefd op werd toen ik het ergens tegenkwam. Niet te koop natuurlijk, maar ik kreeg van de eigenaar te horen dat er in een winkeltje in Barneveld net zo’n exemplaar stond. Samen met mijn vader togen we kort daarna naar Barneveld. Winkel in, winkel uit, op zoek naar het rek. Nergens konden we het vinden toen. En we spreken over het jaar 1983. Pas 25 jaar later, het moment dat Markplaats al een tijdje haar intrede heeft gedaan, zag Bakker in 2008 ineens een advertentie van het rek voorbij komt. Verdraaid, dacht hij. Te koop in Barneveld. Als de kippen was hij erbij om het over te nemen. Noem het maar liefhebberij.

Geen televisie

Zo staat er ook een Douwe Egberts-kar. ‘Een kar waarmee langs de deuren gevent werd vroeger.’ Een blik vol Van Melle toffees in de vorm van een molen. ‘We praten over de tijd dat er nog geen televisie was. Mensen moesten verleid worden mooie dingen te kopen en op deze manier werd dat gedaan.’ Op een ander blik staat geschreven: Firma Weduwe Douwe Egbertszoon. ‘Opgericht in 1753. Kijk, deze volgende is een stukje nieuwer en dat zie je ook meteen aan de afbeelding voorop. Het gebouw is wat groter en de naam is aangepast naar Douwe Egberts. En zo zie je elk jaar wat veranderen.’

Escher

Een ontwerp van kunstenaar Maurits Cornelis Escher zou je misschien in een ander museum verwachten, was het niet dat hij ook een jubileumblik voor blikfabriek Verblifa heeft ontworpen. ‘Het zat vol chocolade en ligt bij ons tentoongesteld in de bakkerij.’ Evenals koekjes, broden, alles wat er in een oude bakkerij te verwachten valt. Je zou er haast honger van krijgen.

Schoollokaal

Een museum op zich is het schoollokaal. Er staan vijf schoolbanken met elk een leesplankje en leitjes waarop geschreven kan worden met griffels. ‘Kwetsbaar spul, want als ze eenmaal op de grond belanden zijn ze kapot.’ Een oude schoolkaart van Friesland laat alleen de eilanden Ameland en Schiermonnikoog zien. ‘Klopt’, zegt Bakker, die duidelijk de achtergrond van al zijn items grondig uitzoekt. ‘De kaart stamt uit 1932. Het waren de Duitsers die het makkelijker vonden dat Vlieland en Terschelling tijdens de Tweede Wereldoorlog bij Friesland hoorden, waardoor die later pas onder deze provincie vielen.’ Wâl, rôt, geit, de Friese variant van Aap, noot, mies, is niet de enige variant die naast het origineel is gemaakt. ‘Er bestaat ook een Indisch leesplankje, die begint met Jaap, Gijs, Dien. En een Katholieke hebben we ook nog. En kijk eens naar Wim. Hij draagt op de oude variant nog een pet in de klas, dat is later aangepast naar een Wim zonder hoed. Geinige dingen die je zo door de jaren heen opvallen.’

De tekst gaat verder na de foto

Veel bezoek

De collectie is inmiddels zo uitgebreid dat de twee eigenaars verkasten van de beneden verdieping naar de eerste etage. ‘We krijgen zoveel bezoek – jaarlijks (tot corona) zo’n 1250 – dat we er een gescheiden ruimte van hebben gemaakt. Kinderen kunnen zich uitleven in ’t Kiekhuus, want zij mogen er van alles doen. ‘Van schrijven op de leitjes tot het malen van koffiebonen. Een reden waarom we ook meedoen aan de Veerkieker, erfgoededucatie voor basisscholieren. ‘We hopen met ons museum zoveel mogelijk door te geven aan de nieuwe generaties.’ Een reden waarom ’t Kiekhuus inmiddels ook onder een stichting valt. ‘Op die manier kan het voor altijd blijven voortbestaan.’