Koloniën van Weldadigheid zijn werelderfgoed

De vlag wordt gehesen door Cees Bijl en burgemeester Rikus Jager. Lourens Looijenga

Frederiksoord De Chinese voorzitter van de UNESCO-vergadering kijkt maandagmiddag om tien voor half vijf nog een keer op zijn klokje. Er is net een moeizaam debat afgerond over een Hongaarse nominatie. Is er vanwege de maximale werkuren van tolken nog wel tijd voor de volgende voordracht? In het zaaltje van museum de Proefkolonie schreeuwt iedereen hem bijna toe om het toch maar te doen, nadat de voordracht op zondag ook al niet werd behandeld. De voorzitter moet het geschreeuw in China hebben gehoord en hakt de knoop door. Een gejuich stijgt op.


De spanning is direct daarna snijdend als de voordracht via foto’s aan de wereld wordt gepresenteerd. Niemand blijkt daarna enig bezwaar te hebben tegen de voordracht van de Koloniën van Weldadigheid tot werelderfgoed. Direct na de voordacht wordt met algehele instemming het besluit genomen: de Koloniën zijn vanaf 25 juli 2021 16.30 uur werelderfgoed. De vergadering wordt direct beëindigd. Er volgt na de hamerslag een enorme ontlading, de champagne kan eindelijk uitgedeeld worden. Het moment was toch wel dat de voorzitter demonstratief op z’n horloge kijkt en dan de knoop doorhakt. ‘Dan gebeurt er iets in je lijf’, zo zegt directeur Minne Wiersma van de Maatschappij van Weldadigheid. ‘Het is alsof je in de laatste seconden van de speeltijd een voetbalwedstrijd hebt gewonnen. Man wat is dit geweldig.’


Buiten loopt zijn voorganger Jan Mensink geëmotioneerd rond, ‘oh wat is dit prachtig’. Voor de UNESCO-camera wordt een dankwoord uitgesproken vanuit Vlaanderen en daarna vanuit Frederiksoord door stuurgroep-voorzitter Cees Bijl, die de UNESCO uitvoerig bedankt. Even later wordt Bijl met applaus een verdieping lager binnengehaald. Wederom volgt een dankwoord aan alle betrokkenen voor hun inzet en hij ontvouwt de UNESCO-vlag. Korte tijd later hijst hij die buiten in de mast samen met burgemeester Rikus Jager van de gemeente Westerveld.


Zorgen voor balans

Nu wordt het dus tijd om de volgende stappen te zetten. Oud-directeur Jan Mensink van de Maatschappij hoopt in ieder geval dat over twintig jaar datgene wat er nu nog herinnert aan het verleden in stand is gebleven. En dat oude monumentale koloniehuisjes zijn opgeknapt met het geld dat binnenkomt door de bouw en verpachting van nieuw gebouwde huisjes. ‘Er moet nog veel verbeterd worden. Maar we moeten wel waken voor een juiste balans tussen de oude en nieuwe huisjes.’ Hij noemt het binnenhalen van de UNESCO-status een eerste stap. ’Het begint nu pas. Het is aan ondernemers om het op te pakken.’ En gelet op allerlei initiatieven zijn die ondernemers daar ook al volop mee bezig.


Hoop op nieuwe dynamiek

Mensink vindt het besluit een beloning voor iedereen die zich voor het nominatiedossier heeft ingezet. ‘Ik ben trots over de erkenning voor wat er vroeger in de koloniën is gebeurd. Volgens stuurgroep-voorzitter Cees Bijl levert de status inderdaad erkenning op voor een uniek verhaal over Johannes van den Bosch, die zich in de 19 e eeuw inzette voor de armoedebestrijding. ‘Het is bijzonder dat hij zo iets revolutionairs voor elkaar heeft gekregen.’ Hij hoopt dat er ook over enkele decennia in de koloniën een gaaf landschap bestaat met nieuwe dynamiek. ‘In Veenhuizen stonden gebouwen te verpauperen, kijk wat daar is gebeurd.’ En nee, Frederiksoord wordt echt geen Giethoorn. ‘We gaan met alle zeven koloniën wel het gebied samen vermarkten. Dat is ook zo bijzonder aan dit project: het is een samenwerking tussen twee landen, drie provincies en vier gemeenten. Nog niet eerder is van onderaf zoiets bij de UNESCO bereikt.’

Voor directeur Minne Wiersma zou het ook plezierig zijn als de UNESCO-status de deur opent naar geld uit Brussel voor het in stand houden van alle monumenten. Maar volgens Bijl zal er toch echt wel meer moeten gebeuren om het gebied onder te brengen bij Europese programma’s. In België – met ook twee kolonies – ligt dat blijkbaar makkelijker. Wiersma noemt als voorbeeld het opknappen van de oude mandenmakerij tussen Wilhelminaoord en Noordwolde. Dat heeft twee miljoen euro gekost. Daarvan was maar tien procent subsidie, van de provincie Drenthe. De rest moest met fondsen en ook leningen geregeld worden. ‘Maar linksom of rechtsom krijgen we dingen wel voor elkaar.’

Anneke Haarsma, voorzitter van het bestuur van de Maatschappij vindt - zippend aan een glas champagne - dat iedereen zich niet de kop gek moet laten maken. ‘We moeten dingen doen die passen in dit gebied, dus niet ineens een andere koers varen.’ Ze wil ook dat een nazaat van Johannes van de Bosch ook in de toekomst deel uit blijft maken van het bestuur.


Belangstelling groeit

Auteur Wil Schackmann constateert dat nu al de belangstelling voor het onderwerp flink groeit. Hij hoopt dat dit ook helpt bij de bestrijding van ‘foute informatie in de media’. Recent voorbeeld was de afgelopen week EenVandaag, dat weer eens de Drents-Groningse veenkoloniën koppelde aan Frederiksoord. ‘Je krijgt dat er niet uit.’ Directeur Wiersma nam persoonlijk contact op met de redactie om de fout te herstellen. En bij Radio1 ging het weer over het vooral mislukte project van de Maatschappij van Weldadigheid. Ook dat beeld verdient nuancering vindt Schackmann.

‘Je moet het bezien in het licht van die tijd. We waren een derde wereldland. Er was enorme armoede en er was geen geld voor armenzorg. Dan komt iemand met het plan omdat budgettair-neutraal aan te pakken. Natuurlijk was Koning Willem I enthousiast. Het was gewoon een hele goede poging om iets te doen. Alleen Noordwolde had vooral de lasten en niet de lusten.’ Hij zegt blij te zijn met het afgewogen verhaal dat museum De proefkolonie wel vertelt. Het valt hem op dat zoveel mensen in het gastenboek schrijven dat het hen verbaasd dat ze de historie totaal niet kennen.


Een gebied dat inspireert

Museumdirecteur Peter Sluiter, tevens directeur van het Gevangenismuseum Veenhuizen, verwacht dat de beide musea door de erkenning van het verhaal ook lang na dit UNESCO-besluit in trek zullen blijven. ‘De bezoekersstroom droogt ook in Veenhuizen nooit op. Het is nu in Frederiksoord al veel drukker, maar of je die te verwachten groei echt kunt sturen?’ En wat hoopt directeur Minne Wiersma te zien als hij over 20 jaar door het gebied fietst? ‘Dat het een gebied is geworden met innovatieve ideeën op het gebied van landbouw en zorg, in de filosofie van Johannes van den Bosch. Een gebied dat mensen inspireert. En dat de kwaliteit van al onze iconen, gebouwen en landschap, verder is toegenomen.’


Boost recreatie

En ook Weststellingwerf is nadrukkelijk op het historische feestje in Frederiksoord aanwezig. ‘Al zijn de Vierdeparten natuurlijk maar een klein onderdeel van het verhaal’, zo beseft wethouder Roelof Theun Hoen. ‘Maar dit gaat een boost geven aan de recreatiesector ook in Noordwolde en omgeving. Er liggen voor deze sector nieuwe kansen, want ook wij hebben een verhaal dat doorverteld kan worden.’ Daarmee doelt hij op de vlechtindustrie, die voortkwam uit het vlechten van mandjes op de heidevelden door straatarme kolonisten.

Dus is ook het Nationaal Vlechtmuseum indirect onderdeel van het verhaal. ‘We moeten van dit succes een graantje zien mee te pikken’, zo zegt directeur Iwan van Nieuwenhoven. ‘We moeten proberen samen met het museum De Proefkolonie mensen langer vast te houden in dit gebied. Ik merk al dat het begint te druppelen in Noordwolde. We gaan voor een museumdriehoek Veenhuizen-Noordwolde-Frederiksoord.’

De Stichting Weldadig Oord, waarin ondernemers samenwerken, benadrukt dat het mogelijk moet zijn toeristen minimaal een week in het gebied te houden. ‘Niet alleen het museum in Noordwolde moet deel uitmaken van het aanbod, maar bijvoorbeeld ook het natuurgebied de Lindevallei.’ Ondertussen is buiten wethouder Hoen bezig om samen met beleidsambtenaar Monique Annotee de nieuwe gebiedsvlag te ontvouwen. Het wordt tijd voor een vlaggenmast bij de Friesche Brug. ‘We mogen als Weststellingwerf hier ook heel erg trots op zijn.’ En dat geldt zeker ook voor zijn collega Jack Jongebloed, die hij vanwege vakantie even verving, maar die al sinds 2013 deel uitmaakt van de succesvolle stuurgroep.

Burgemeester Rikus Jager van Westerveld zegt blij te zijn dat ook het Friese gebied van de Oostvierdeparten in het besluit over de UNESCO-status is meegenomen. ‘Het gaat immers om het landschap in totaliteit, ook daar is het beeld van vroeger in stand gebleven.’ De waarde zit voor de burgemeester vooral in de gehoopte groei van het toerisme. Maar hij noemt ook als winstpunt dat de samenleving in het Drents-Friese grensgebied door de groeiende aandacht veel meer betrokken is bij het verhaal van de Maatschappij van Weldadigheid.