De trots van Siep

Veel leerlingen vinden hem de leukste docent van het St. Bonifatiuscollege in Utrecht. Maar het gros van Nederland kent Siep de Haan (63) als dé vader van de Amsterdam Gay Pride. Samen met zijn echtgenoot Peter Kramer en vriend Ernst Verhoeven opgestart. De eerste editie vond plaats in 1996. Voor het zilveren jubileum van het evenement is er nu de tentoonstelling 25 jaar Pride. Een mooi moment om de balans op te maken.

Siep de Haan:  ,,Volgens Carice van Houten was ik ’een droomleraar voor iedere scholier die geen kaas heeft gegeten van worteltrekken’."

Siep de Haan: ,,Volgens Carice van Houten was ik ’een droomleraar voor iedere scholier die geen kaas heeft gegeten van worteltrekken’." Foto: Ella Tilgenkamp

In 1985 stond de toen 26-jarige Siebolt de Haan voor het eerst voor de klas. Hij zorgde in datzelfde jaar meteen voor de nodige opschudding aan het St. Bonifatiuscollege in Utrecht door de oprichting van een actiegroep voor betere salariëring. Was hij in Wolvega ook al zo’n feestganger? Of was Siep daar het braafste jongetje van de klas?

1960

Siebolt de Haan bracht zijn jeugd door in Friesland. Hij woonde afwisselend in Oldelamer en Munnekeburen.

„Ik groeide op in Oldelamer. Een klein minidorpje. De schoolmeester woonde recht tegenover ons: 10 meter naar links was de school, 10 meter naar rechts de kerk. De school had geen kleutergroep, maar ik liep al vrij jong mee in de eerste klas. Ik vond het wel interessant wat die meester allemaal voor de klas stond te doen. In mijn herinnering was Wolvega een enorme grote stad. Toen ik als kind leerde fietsen, durfde ik amper die kant op. Er woonden wel duizend mensen. Mijn ouders, die heel jong trouwden, hadden een boerderij. We zijn een paar keer tussen Oldelamer en Munnekeburen en terug verhuisd, omdat ze steeds iets groters kochten. In Munnekeburen kwam ik officieel in de eerste klas, op een nieuwe school met een wat hippere leraar. Hij heeft mijn creativiteit aangewakkerd.’’

,,Mijn broers, de een iets ouder en de ander iets jonger dan ik, vonden het boerderijleven heel leuk. Ik had er niet zoveel mee, hielp liever mijn moeder in het huishouden. Als kind had ik wel alle ruimte om te spelen met mijn broers Jaap en Klaas. Ik had een fijne en veilige jeugd. Toen we in Munnekeburen woonden, deed ik altijd mee in de optocht door het dorp. Ha, ik had zelfs een eigen wagen. Ik denk dat daar de liefde voor de Pride al is geboren.”

1976

„Tijdens mijn middelbare schoolperiode wist ik wel dat ik iets anders had of was, maar het besef van homo was er nog niet. Ik was de enige ’gay in de village’, maar had het zelf niet door. Pas toen ik ging studeren in de stad Groningen ben ik er voor uitgekomen. Ik was 18 jaar, en erg populair bij de meisjes. Het homobesef ontwikkelde zich bij mij op natuurlijke wijze, zonder er het etiketje homo op te plakken. Er kwam gewoon een moment dat de fase van ontkenning wel voorbij was. Ik zie nu nog steeds dat jongeren die worstelen met hun seksualiteit daar op de middelbare school niets mee doen. Wat dat betreft is er nog steeds niet veranderd. Jammer, maar ik begrijp het wel. Op die leeftijd heb je wel wat anders aan je hoofd. En bovendien is ’homo’ nog het meest gebruikte scheldwoord op middelbare scholen.”

1983

„Ik ontmoette Peter (Kramer) in studentencafé The Duke, een begrip in de stad Groningen. Die ontmoeting was meteen raak. We zijn nog altijd samen. Ik ken hem al bijna veertig jaar nu. Mijn ouders hebben hem altijd in de armen gesloten. Ze hadden er een (schoon)zoon bij. Natuurlijk moesten ze er in het begin aan wennen, mannenliefde was voor hen ook iets nieuws. Ik heb er zelf jaren aan moeten wennen, dan kan ik het hen niet kwalijk nemen dat ze er ook tijd voor nodig hebben gehad. Maar, Peter is een geliefd familielid. En ik ben ook zo trots op hem! Hij is financieel directeur van Woningstichting Den Helder en hij weet met zijn collega’s van de Woningstichting de stad aardig op de kaart te zetten. Den Helder moet van het slechte imago af, die stad heeft alles! Strand, een leuk centrum, Neerlands trots: de Nederlandse Marine en Texel vlakbij. Wat Peter allemaal doet voor de stad is echt fantastisch.”

1985

Het werk van zijn geliefde zorgt ervoor dat het gelukkige stel een paar keer verhuist. Maar nooit verder dan een half uur reizen naar de Domstad, waar Siep tot de dag van vandaag nog altijd les geeft aan zijn vertrouwde school.

„Na onze studie in Groningen verhuisden we naar Den Haag, later naar Den Bosch en uiteindelijk naar Amsterdam. Eerst deed ik mijn vervangende dienstplicht, Peter volgde de officiersopleiding in het leger. Hij kreeg daarna een baan in Oss, ik werd aangesteld als docent wiskunde bij het St. Bonifatiuscollege in Utrecht. Alle woonplaatsen waren een half uurtje naar mijn werk. We hebben het altijd lekker centraal gehouden.”

„Ik sta nog altijd voor de klas. Ik ben wiskundeleraar geworden omdat ik in de andere vakken niet goed genoeg was. Volgens Carice van Houten was ik ’een droomleraar voor iedere scholier die geen kaas heeft gegeten van worteltrekken’. Het was een feest haar les te geven, juist omdat ze er niets van snapte. Vooral in het begin van mijn carrière als docent was ik waanzinnig populair. Ik was zelf nog vrij jong: 26. Ik had leerlingen van 19, 20 jaar. We zaten qua leeftijd heel dicht bij elkaar. Soms was dat wel lastig, maar vooral heel leuk. Nu de leerlingen mij zien als een oudere meneer, merk ik dat er meer afstand ontstaat. Dat is natuurlijk heel geleidelijk gegaan.”

„Ik denk dat die populariteit ook te maken had met mijn nevenactiviteiten. Ik was ook met dingen bezig, waar normale leraren zich niet mee bezig houden. Ik was de manager van Nickie Nicole. Hij is van oorsprong een Amerikaanse dragqueen, maar werd vooral in Nederland bekend. Toen hij in 2002 in Amsterdam werd ontdekt door Manfred Langer, kreeg hij optredens in de roemruchte discotheek IT in de Amstelstraat. Ik ben ook altijd vrij open over het homo zijn. In mijn beginjaren als docent vonden kinderen dat interessant. Ze vroegen er ook naar.”

Lachend: „Mijn wiskundelokaal hing ook niet vol met parabolen en driehoeken. Ik had allemaal filmposters hangen, vol met mooie jongens. Xander van der Wulp, politiek verslaggever bij de NOS, was ook een van mijn leerlingen. Hij heeft er laatst zelfs iets over geschreven. Het was niet de wiskunde die bij hem was blijven hangen. Het ging erover dat ik prins carnaval was. Maar natuurlijk niet een normale prins. Ik had naast de raad van elf wel dertig dansmariekes. Ik nam mijn leerlingen mee naar Amsterdam, hartstikke spannend natuurlijk.”

„Het docentschap zie ik als een vehikel om met jongeren in contact te komen. Misschien zie ik het ook zo omdat Peter en ik geen kinderen hebben. Hun belevingswereld, ze zijn heel nieuwsgierig. En, als ze jou leuk vinden, vinden ze het vak meteen ook leuker. Dat kan ik goed relativeren. Ik ben aardig voor mijn leerlingen, en zij voor mij. Ik zal nooit iemand belachelijk maken, omdat ze iets niet snappen. Carice vond wiskunde heel erg lastig.’’

,,Ik bleef haar zeggen dat dat helemaal niet erg was, omdat ze zoveel andere goede kwaliteiten had. Een andere leerling kon onwijs goed tekenen. Dat is dan toch veel belangrijker dan een wiskundesom?! De eerste keer dat ik met wiskunde te maken kreeg, vond ik het een onmogelijk vak. Tot ik het onder de knie kreeg, nu zie ik het als lekker puzzelen.”

„Toen ik net voor de klas stond, werden de salarissen van docenten verlaagd. Samen met Peter en mijn collega en leraar godsdienst, Huub Verweij, richten we de actiegroep De Nahossers op, een ludieke verwijzing naar de HOS, de Herziening Onderwijs Salarisstructuur, die die verlaging veroorzaakte. Het is taaie kost om naar salarissen te kijken, daar moet je wel iets grappigs bij verzinnen. Peter berekende ons voor wat die verlaging op de lange termijn voor gevolgen zou hebben. Die onderwijsbonden hadden die cijfers helemaal niet. Dankzij hem waren de ‘Nahossers’ de enige die met deze cijfers politici konden overtuigen dat we heel goed wisten waar we mee bezig waren. In de media werd in die tijd een ludieker plaatje over ons neergezet.”

„Nu ik er op terugkijk, gebeurde later met de Gay Pride precies hetzelfde. Het werd als extravagant gezien, maar het diepere verhaal zit eronder. In die Nahossersperiode heb ik dat goed geleerd: je hebt inhoudelijk een goed verhaal, maar het moet er ook een beetje vlotjes uitzien. En toegankelijk zijn. In de periode van de Nahossers leerde ik al snel hoe de grote mainstream media werken. Je moet eerst de krant halen, pas dan word je door de minister uitgenodigd. Wat dat betreft doen de media het beter dan politici: die laatstgenoemden reageren alleen maar in tweede instantie.”

„Ik begrijp best dat het salaris van docenten nog altijd een gevoelig punt is. Maar wat mij betreft hoeven deze voor basis- en middelbare schooldocenten niet precies gelijk te zijn. Het gaat om lesgeven op een heel ander niveau. In het voortgezet onderwijs gaat dat iets verder dan een peuter of kleuter veters leren strikken. Een verpleegkundige is toch ook niet gelijk aan een chirurg?!”

„Ik geef nog steeds les, en nog altijd op dezelfde school. Daar kom ik niet meer vanaf. Maar dat hoeft ook niet, het is nog altijd boeiend. Tijdens de coronacrisis heeft het onderwijs nieuw elan gekregen. Alles moest anders. Het was natuurlijk een nare tijd, maar ik vond het wel bijzonder om mee te maken. Hoe we dat als school met elkaar voor elkaar hebben gekregen.”

„Ik vind het ontzettend jammer dat overal geroepen wordt dat kinderen door het online lesgeven depressief zijn geworden, en te dik. Stemmingmakerij! Je moet kinderen niet zeggen dat iets niet deugt. Je moet ze juist proberen te stimuleren. Kinderen zijn realistisch genoeg om te zien dat niet alles meer kan. Die negatieve berichten demotiveerden enorm.”

1991

De school blijft, maar Den Bosch wordt ingeruild voor Amsterdam. „Peter kreeg een andere baan. Dit keer in Zaandam en Amsterdam. Vanuit de hoofdstad is het maar een half uurtje naar Utrecht. Onze vriend Huub Verweij, ook actielid van de ‘Nahossers’, woonde eveneens in Amsterdam. Het was fijn om daar meteen iemand te hebben. We waren heel snel gesetteld. Naast mijn leraarschap, werkte ik voor de clubs Havana en RoXY.”

1993

„In 1993 werd ik dus manager van dragqueen Nickie Nicole. Ik heb zoveel leuke dingen met hem meegemaakt. Als ik ergens voor ga, ga ik er ook voor. Ik heb in die periode van alles geprobeerd om hem in de spotlights te krijgen. Nickie komt uit New York, maar Amsterdam is heel belangrijk voor hem geweest. In Havana deden we shows met hem, die produceerden we helemaal zelf. Ik zorgde voor een platencontract en een boek. Oh, ik herinner me nog een televisie-uitzending waar Nickie te gast was bij Robert ten Brink. Nickie sprak Nederlands, maar het gesprek bleef steeds haperen door verkeerde interpretaties. Dan zei Robert bijvoorbeeld ’de appel valt niet ver van de boom’, daar begreep Nickie natuurlijk niets van.’’

,,En dan dat platencontract: het zingen ging echt niet goed. Bij het producentenduo Fluitsma & Van Tijn sprak Nickie een beetje bangig: ’Ik kan helemaal niet zingen’. Hij kreeg dit heerlijke antwoord: ’Waar denk je waar al deze knoppen voor zijn.’ Het was echt een fantastische periode. Door die combinatie van werk kwam ik soms heel laat thuis. Het viel niet altijd mee om dan de volgende ochtend gewoon weer een wiskundesom uit te leggen.”

1995

Siep krijgt de smaak van het organiseren van feestjes steeds meer te pakken en start in 1995 samen met ondernemers de Gay Business Amsterdam (GBA), een samenwerkingsverband van homo-organisaties en -bedrijven.

„Wij constateerden dat heel veel landen een Pride hadden, maar Amsterdam niet. Dat kwam door de tolerantie. Zowel de bevolking als bedrijven waren heel open richting de gay-community. In andere landen is de Pride ontstaan uit onvrede. In New York waren er veel invallen in de gay-horeca. Af en toe werd daar flink gemept. Fooienpotten werden bij die invallen leeg getrokken, of mensen werden gearresteerd. In Amsterdam was niemand boos genoeg om een Pride te organiseren. Onze Pride is meer ontstaan uit blijdschap en dankbaarheid. Vanwege het feit dat we in een homoparadijs wonen.”

„Amsterdam is niet voor niets ’Gay Capital of the World’. Toch werden eind jaren 90 andere steden steeds populairder. Voor ons waren er in dat jaar meerdere redenen om de Pride te beginnen. Uit dankbaarheid, maar ook omdat horecabedrijven hun gaytoerisme zagen inzakken. Een goede samenwerking was noodzakelijk. Helemaal omdat we wisten dat in 1998 de Gay Games zouden komen. Dat was in Nederland nog totaal onbekend. Maar ik wist dat als dat evenement zou plaatsvinden, en wij met lege handen zouden staan, het een compleet fiasco zou worden.”

„Er was ook veel weerstand. Volgens de publieke opinie was het een raar idee dat homo’s hun eigen spelen mochten hebben. GBA wilde het graag promoten als een leuk evenement. Ik zag het ook als vorm van emancipatie. We wilden niet demonstreren om te roepen ’we willen dit en we willen dat’. We boden de stad Amsterdam een feest aan. Ik had nooit verwacht dat dit door heel Nederland zo groots zou worden opgepakt. Achteraf bezien had ik het met dat idee misschien zelfs nooit aangedurfd.”

„In 1996 was de eerste Amsterdam Pride Canal Parade. Het was een groot succes, maar er werd ook afkeurend over gesproken. De Pride was mijn trots. Die kritiek raakt me niet. Ik heb liever dat iemand zegt ’Ik vind het smerig en goor’, dan dat iemand zijn mond houdt. Ik ben het ook niet overal mee eens. Dat moet gewoon kunnen. Er zal altijd een groep blijven, die raar zal blijven kijken naar mensen met een andere geaardheid, naar personen uit de lhbtaqi+-gemeenschap. Dat kan te maken hebben met conservatisme of geloof. Dat mag, daar ben ik liberaal in. Maar ik vind wel dat je dat dan gewoon eerlijk moet zeggen, en niet stiekem moet gaan lopen doen. In mijn klas bespreek ik dit ook open. Als een leerling tegen mij zegt dat hij of zij ’twee mannen samen’ maar raar vindt, kan ik het gesprek beginnen. Met schijnheiligheid kun je niet communiceren.”

2002

Na zeven succesvolle Prides wordt Siep beloond met de toekenning van de Gouden Driehoek. Een prijs voor bewezen diensten voor de homogemeenschap.

„Natuurlijk was het leuk om in een rijtje mooie namen te staan. André van Duin, Robert ten Brink, Paul de Leeuw, De Dutch Diva’s en Mary Servaes. Maar erkenning vanuit de heterogene maatschappij vind ik veel mooier!’’ In 2014 kregen Peter, Ernst en Siep de Andreaspenning, wegens grote verdiensten voor de stad Amsterdam. ,,Dat was echt een hoogtepunt voor me. De penning werd uitgereikt door burgemeester Eberhard van der Laan. Ha, toch weer die gemeente. Maar nog mooier dat een heteroburgemeester zegt: ’Die Pride heeft voor onze stad een kernwaarde’. Van der Laan was de grootste fan van de Pride. Hij was net als ik, een enorme flapuit. Nu is dat bij mij minder hoor, maar ik heb nergens spijt van. Van der Laan zei ook altijd alles hardop. Hij heeft daardoor wel wat gedoetjes gehad met ambtenaren. Of met burgers. Hij kon rustig zeggen ’Mooi verhaal, maar ik ben het niet met u eens’. Ha, het was een fijne bestuurder.”

2006

Dit is een belangrijk jaar, waarin het leven van Siep een andere wending krijgt. Gemeente Amsterdam scherpt de voorwaarden voor een evenement aan. Door alle eisen gooit de trotse organisator van de Pride de handdoek in de ring. Stichting ProGay neemt het stokje over. „Eerst konden we toe met 20 EHBO’ers. Door die nieuwe regelgeving moesten we er wel 750 inhuren en 1500 mensen voor de ordebewaking. Daar hadden we helemaal geen geld voor. En, er gebeurde nooit wat! De politie deed altijd mee omdat het zo’n vredelievend festival was. Die verandering kwam nadat de vierdaagse in Nijmegen te maken kreeg met doden door de hitte. Wie is er dan verantwoordelijk? En voor welk stukje? Er waren bedreigingen geuit richting de Pride. Dat was voor de gemeente aanleiding om de regels aan te scherpen. Wij vonden het pestgedrag. De organisatie die het overnam, kreeg wel subsidie. Daar hebben we toen een rechtszaak voor aangespannen, en gewonnen.’’

,,Het was wel een enorme domper. Opeens was mijn kindje mijn kindje niet meer. Vanaf die tijd ben ik me veel meer gaan richten op mijn werk. Ik ben voorzitter van de sectie wiskunde geworden, ik nam plaats in de ondernemingsraad en richtte samen met Liesbeth List en anderen ’Kunstenaarshuizen’ op, waar ik nog altijd mee bezig ben. In het Ramses Shaffy Huis zitten veertig kunstenaars onder één dak. Er zijn ateliers, er is een ruimte waar je kunt optreden. Er worden lezingen gegeven, er is theater. Het accent ligt op kunstenaars met een zorgbehoefte. In Amsterdam stikt het van de kunstenaars, die hebben het niet altijd even breed. Het Ramseshuis is mijn tweede huis geworden.”

2014

Naast de overhandiging van de Andreaspenning richt Siep in dit jaar het Andreas Cultuur op, een instantie waar jonge lhbtqai+-kunstenaars subsidie kunnen aanvragen. Opvallend: juist de man die strijdt voor gelijkheid, maakt hier zelf onderscheid.

„Dat is wel een originele invalshoek ... Wel de lhbtqai+ en geen hetero. Op papier staat dat inderdaad vrij strikt. Maar, ik moet bekennen dat het in de praktijk wel wat soepeler gaat. Op de Pride werkte ik ook samen met hetero’s. Willeke Alberti sloot altijd het festival af. Ik sluit ze echt niet uit.”

2021

Tussen 2014 en 2021 blijft het rustig bij Siep, hij verdwijnt achter de schermen. En dan is er opeens de tentoonstelling 25 jaar Pride, georganiseerd vanuit de gemeente. De ruzie die in 2006 bepalend was voor zijn vertrek, het gesteggel over vergunningen en reguleringen bij de deelraad Binnenstad. Is dit alles vergeten en vergeven?

„Ik had natuurlijk niet met iedereen op het stadhuis ruzie. Er zijn nog altijd mensen van het gemeentehuis met wie we bevriend zijn. Ach, ik zie het zo: emanciperen doe je niet alleen, maar in een groep. Dan krijg je ook te maken met jaloezie. Er is elk jaar wel iemand die roept dat hij of zij de Pride heeft bedacht. Ik zie het als compliment van het Stadsarchief. Ik ben er trots op dat grote bedrijven uit de heterogemeenschap ervoor kozen om ons te sponsoren. Zonder die steun zou de Pride niet hebben bestaan. Het is vanaf de start in 1996 een groots solidariteitsevenement en dat is het nog steeds. Er is nu veel ophef over de anti-homowet in Hongarije. Het is fijn dat Rutte en die stoere voetballers zich daar heel krachtig tegen verzetten. Bijval vanuit de heterogemeenschap is voor ons altijd krachtiger. Een bewijs dat de emancipatie is gelukt.”

„Jammer genoeg blijft die geaardheid een probleem. Jongeren met een migrantenachtergrond hebben het nu zwaar. Ze verzwijgen vaak hun geaardheid, uit angst om uit huis te worden gezet. Het is onvoorstelbaar dat dit nog steeds gebeurt. Voor die groep moeten we extra aandacht hebben. Maar ook voor jongeren in het algemeen, zij spreken zich niet snel uit over het homo of lesbisch zijn. Er is geen politieke partij voor deze groep. Ik ben dol op hetero’s en we hebben ze ongelooflijk hard nodig. Maar die Pride is ook heel belangrijk, die heeft nog altijd nut. Het is mooi dat ik me daar als ambassadeur voor kan inzetten.’’

,,Ik zit nu bij de kunst- en cultuurgroep van de parade. Vorig jaar heb ik voor het eerst Pride-TV gedaan. Het was super leuk, we worden nog ieder jaar vertroeteld door de huidige organisatie. Het voelt alsof ik nu alleen nog de krenten krijg. Geen gedoe meer met vergunningen en aanvragen. Ik hoef geen boekwerk van 250 bladzijden door te worstelen om te kijken welke regeltjes er nu weer allemaal bedacht zijn. Dit jaar gaat de botenparade niet door, maar er zijn veel andere evenementen. Theater, sport, pleinfeesten; onderdelen die normaal gesproken een beetje ondergesneeuwd raakten. Ik ben er supertrots op dat de Pride nog steeds bestaat, en dat de hele stad in een grote regenboog zit. Als ik 25 jaar geleden niets gedaan had, was dit er niet geweest.”