Christel Tijenk.

Christel Tijenk werkt bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork: ‘Hoe meer je er van weet, hoe minder je het begrijpt’

Christel Tijenk. Niek van der Oord

In Deventer woonde ze in het huis van de in de Tweede Wereldoorlog omgebrachte joodse familie Noach. Toen Christel Tijenk een jaar of tien was, kwam een van de kleinkinderen van Noach het huis van zijn grootouders bezoeken. Het enige dat hij van ze had, was een foto-album. Dat bezoek maakte grote indruk op de jeugdige Christel. Haar interesse voor de oorlog was gewekt. Inmiddels werkt de inwoonster van Spanga al sinds 2004 in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Eerst was Tijenk er coördinator educatie. Vorig jaar werd ze benoemd tot hoofd van het veelomvattende Kenniscentrum van Kamp Westerbork. Zij is gespecialiseerd in Holocausteducatie, museumeducatie, publiek en erfgoed en projecten rondom (het herinneren van) de Tweede Wereldoorlog.

Volgende week is het 4 mei, een tijd die normaliter veel drukte geeft rond de herdenking op het voormalig kampterrein in Westerbork. Door corona gaat de altijd duizenden mensen trekkende bijeenkomst, net als vorig jaar, niet door. Wel is er ’s avonds op 4 mei op TV Drenthe een herdenking te zien. Die is inmiddels opgenomen op het voormalig kampterrein.

Vanuit kamp Westerbork (de nazi’s spraken van Judendurchgangslager Westerbork) zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim 102.000 in Nederland wonende Joden en 245 Roma per trein gedeporteerd naar concentratiekampen in Duitsland, Polen en Tsjechië. Vrijwel iedereen werd in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor vermoord.

De vraag hoe het zover heeft kunnen komen, houdt Tijenk al heel lang bezig. ‘Hoe meer je er van weet, hoe minder je het begrijpt.’ Dat ze er veel van weet, staat buiten kijf. Na haar studie geschiedenis in Nijmegen te hebben voltooid, kon ze als educatief medewerker aan de slag bij museum Kamp Vught. Na 4,5 jaar maakte ze de overstap naar het herinneringscentrum Kamp Westerbork.


Man van Deventer

De joodse textielhandelaar Sam Noach had als bijnaam ‘De Man van Deventer.’ Hij werd in de jaren dertig bekend door de exclusieve verkoop van zijn ‘Vlaamsche Kloosterlinnen’. Een product dat naast zijn vermaarde kwaliteit minstens zo bekend werd door de verhalen rond Sam.

Vlak voor hij in 1942 werd opgeroepen om zich te melden in het werkkamp De Wittebrink in Hummelo liet Noach zich door een professionele fotograaf vereeuwigen. In zijn hand draagt hij een koffer. De foto hangt inmiddels in de permanente expositie van Westerbork. Als Tijenk op haar werk is, ziet ze het indringende beeld van het in oktober 1942 in Auschwitz vermoorde oorlogsslachtoffer.

Hij poseert bij het huis waar in de jaren zeventig haar ouders kwamen wonen. Het beeld van Noach staat symbool voor de vele duizenden joodse mannen die werden opgeroepen voor werkkampen, zoals die er waren in ondermeer Fochteloo, Elsloo en Blesdijke. Van daaruit volgde op 2 oktober 1942 de verplichte gang naar Westerbork en aansluitend de enkele reis richting de vernietigingskampen.

De tekst gaat verder na de foto

Educatie

Begrijpen hoe het in ‘40-45 kon gebeuren dat meer dan 100.000 landgenoten massaal zijn gedeporteerd en omgebracht, kan Tijenk - ondanks al haar kennis van de Tweede Wereldoorlog – niet. Via ondermeer educatie aan schooljeugd moet worden voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt. Persoonlijke verhalen zoals die van Sam Noach zijn daartoe van het grootste belang.

Door corona is alles anders, maar normaal gesproken ontvangt het herinneringscentrum veel schoolklassen. De kinderen krijgen dan een verhaal te horen van joodse slachtoffers uit hun eigen buurt. Ook kan het verhaal aansluiten op de studierichting die de leerlingen hebben gekozen. Schooljeugd die in de zorg wil werken, krijgt het verhaal te horen van de zorg die in Westerbork werd geboden. Er was op het kampterrein zelfs een ziekenhuis. De patiënten werden goed verzorgd. Als ze aan de beterende hand waren, werden ze vervolgens zonder mededogen op transport gezet.

Ooggetuigen verdwijnen

Er zijn nog maar weinig ooggetuigen die alle gruwelijke verhalen uit eigen ervaring kunnen vertellen. Dat met hun verdwijnen ook de belangstelling voor Kamp Westerbork verdwijnt, gelooft Tijenk niet. Ze refereert aan de Eerste Wereldoorlog, die in België en Frankrijk een eeuw later nog steeds volop in de belangstelling staat.

Bovendien werkt de oorlog in veel gevallen door bij de kinderen en zelfs de kleinkinderen van de slachtoffers. Zij kunnen het verhaal ook vertellen. ‘Daarnaast gaan we dan meer een stem geven aan de mensen die vermoord zijn. Er is veel bijzonder materiaal zoals bijvoorbeeld brieven bewaard gebleven.’

Christel Tijenk stuurt het Kenniscentrum van Kamp Westerbork aan. Het omvat de afdelingen educatie, collectie, onderzoek en het Landelijk Steunpunt Gastprekers Tweede Wereldoorlog. Het is de bedoeling van het Kenniscentrum om de geschiedenissen die verbonden zijn aan kamp Westerbork met een zo breed mogelijk publiek te delen: op de plek zelf, online en buiten de muren van het museum. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het onderwijs en collega-instellingen in binnen- en buitenland.

Voor haar werk bezocht Tijenk in het buitenland veel locaties waar concentratiekampen stonden. Als voorbeeld noemt ze Treblinka. Er waren in noodoosten van Polen twee Duitse kampen met die naam. Er werden 900.000 mensen vermoord. Na Auschwitz-Birkenau was Treblinka het kamp waar de meeste slachtoffers vielen.

Sporen uitwissen

In 1944 werd het kamp ontruimd omdat het Rode Leger in aantocht was. De nazi’s probeerden alle sporen van hun misdaden te wissen. ‘Er is daar niets meer te zien. Er wordt nu naar de gaskamers gezocht. Het is één van die plekken die je naar de keel grijpt.’

Gelukkig bestaat haar werk niet louter uit het aanhoren van de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog of het bezoeken van beladen locaties. Als hoofd van het kenniscentrum moet er veel worden georganiseerd en geregeld. Dat zorgt voor een goede balans. En anders is er de rust van het huis aan de Spangahoekweg in Spanga, waar Christel en haar man Bernd sinds vier jaar wonen. Hij komt uit Lemmer en wilde graag in de buurt blijven wonen.

De tekst gaat verder na de foto

Geen spij t

Van de verhuizing naar Spanga heeft Tijenk nog geen seconde spijt gehad. Ze wonen op een steenworp afstand van de vogelkijkhut voor niet- bestaande vogels die buurman O.C. Hooymeijer bouwde. Een deel van hun grond is opengesteld voor wandelaars en fietsers. Die kunnen daar genieten van de fraaie natuur en hopen dat ze een niet bestaande vogel spotten.

Zelf geniet Tijenk van de verzinsels van haar creatieve buurman. In de woonkamer hangt een in het oog springend schilderij van de Grote Weideloper. ‘Die leeft in molshopen’, doceert de historicus met een glimlach.

Zoals het nu lijkt, heropent het herinneringscentrum op 26 mei weer de deuren. Om de drukte beter te spreiden is op het drie kilometer verderop gelegen kampterrein extra informatie geplaatst. Op zeven plekken staan grote schermen waar fragmenten van de unieke Westerbork-film worden vertoond. Die beelden werden gemaakt door de joodse kampgevangene en fotograaf Rudolf Breslauer. Dat gebeurde in opdracht van kampcommandant Albert Gemmeker.

Op 4 mei is Tijenk normaliter beroepshalve in Westerbork in functie. Dit jaar hoeft dat door corona dus niet. De diverse herdenkingen in Weststellingwerf worden eveneens zonder publiek gehouden. Tijdens de traditionele twee minuten stilte denkt de historicus meestal aan een persoonlijk verhaal dat zij recent van een overlevende of nabestaande heeft gehoord. Dat zal dit jaar rond acht uur niet anders zijn.