Elly Tiapasanea-Manuputty voetbalde vier interlands in het Nederlands Elftal.

Toppers van Toen: Elly Titapasanea-Manuputty, de enige Oranje Leeuwin uit Steenwijk

Elly Tiapasanea-Manuputty voetbalde vier interlands in het Nederlands Elftal. Foto: Martijn Bijzitter

In deze ‘sportluwe’ periode staan we wekelijks stil bij de ‘Toppers van Toen’. Het gaat daarbij om succesvolle, aansprekende en bekende sporters uit Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Hoe kijken ze terug op hun actieve sportcarrière? Vandaag deel 19: voetbalster Elly Titapasanea-Manuputty (62) uit Steenwijk.

Een meisje van vijftien jaar dat halverwege de jaren zeventig ging voetballen bij Steenwijker Boys - of moet ik zeggen Steenwijker Girls? Hoe bijzonder was dat eigenlijk?

„Mijn broers voetbalden altijd op het voetbalveldje aan de Jan van Riebeeckstraat, waar we in die tijd woonden. Ik mocht niet meedoen, behalve als ik op goal ging staan. Dat deed ik dan maar, want ik wilde heel graag voetballen. Ik vond voetbal erg leuk en toen ik een jaar of veertien, vijftien was, werd ik lid van Steenwijker Boys, omdat een aantal vriendinnen dat ook deed. Mijn ouders vonden dat prima, maar op het moment dat mijn zusje op atletiek ging, leek mij dat ook wel wat. Alleen vonden mijn ouders twee sporten niet goed. Ik koos voor atletiek, ging op maandag van de voetbal af, maar op zaterdag was ik alweer terug. Voetballen vond ik veel leuker.”

Na Steenwijker Boys ging je naar De Blesse, een van de voorlopers in de regio als het ging om dames- en meisjesvoetbal. Daar speelde je van 1976 tot 1982 en daarna vertrok je naar ONB Drachten, waar je tot 1987 speelde. Je sloot je voetballoopbaan op het veld af bij Diever in 1989. Wat was je eigenlijk voor speelster?

„Een echte spits, die hard kon schieten en veel goals maakte. Ook met mijn hoofd, hoewel ik niet heel groot was. Doordat ik veel scoorde, viel ik op bij tegenstanders. Toen ik in één seizoen meer dan vijftig doelpunten maakte, werd ik gevraagd door De Blesse, dat veel hoger speelde. Vervolgens vroeg een aantal meiden mij of ik bij ONB in Drachten wilde gaan spelen. Dat was weer een behoorlijk niveau hoger. Profclubs voor vrouwen en meisjes had je in die tijd nog niet. We streden elk seizoen met MKV’29 uit Leeuwarden om de titel. Dat was wel bijna elk jaar hetzelfde en toen het bestuur van ONB het damesvoetbal een beetje links liet liggen, zijn we met heel het team weggegaan. Ik ben uiteindelijk geëindigd bij Diever. Ik heb daar samen met mijn zusje gespeeld en heb ook nog zaalvoetbal gespeeld.”

Je werd op je 20ste Oranje international. Je speelde op dat moment bij De Blesse. De club was maar wat trots. Je kreeg op 9 mei 1978 een officiële brief van het bestuur met de felicitaties, omdat je geselecteerd voor twee duels in en tegen Italië. ‘De hoogste onderscheiding die een voetbalster cq voetballer zich kan wensen’, werd er geschreven. Hoe kijk jij erop terug?

„Doordat ik bij De Blesse veel scoorde, werd ik geselecteerd voor de Friese selectie en vervolgens gescout voor het Nederlands elftal. Dat was inderdaad heel bijzonder, maar vooral vanwege de reis naar Italië, ha, ha. Ik had namelijk nog nooit gevlogen en was misselijk. Van de dokter kreeg ik een pilletje. Ik werd pas wakker toen we geland waren. Op de terugreis kreeg ik weer eentje.”

„Het eerste duel vond in Napels plaats, ik deed niet mee en het werd 1-1. In Rome werd de tweede wedstrijd gespeeld. Dat was 30 mei 1978 en ik maakte in die wedstrijd mijn officiële Oranjedebuut. Ik viel in de 70ste minuut in. We verloren met 1-0. In september deed ik mee in de uitwedstrijd tegen Zwitserland, waarin ik het winnende doelpunt maakte. Dat duel wonnen we met 1-2. Daarna thuis tegen Engeland, ik scoorde de enige goal, wel verloren we met 3-1. En op 21 oktober 1978 speelde ik tegen Denemarken. Die interland vond in Ruinen plaats, want in die tijd speelde je nog gewoon bij amateurclubs en niet in stadions. We gingen met 0-3 onderuit, maar wat ik echt nog goed weet, was dat het toen heel erg druk was en ik uitgerekend zo dichtbij huis geblesseerd uitviel.”


Vier interlands en twee goals. Dat kunnen niet veel spelers of speelsters je nazeggen. Een grote carrière lag in het verschiet? Hoe zag je dat zelf?

„Die kwam er niet, want daarna hoorde ik niets meer van de KNVB. Bert van Lingen werd de bondscoach in 1979, maar ik werd nooit meer opgeroepen. Je kreeg ook helemaal geen tekst en uitleg. Het was best bijzonder allemaal, maar ook in Steenwijk hoorde je er eigenlijk niemand over. Kees Kist was mijn grote voorbeeld, want net als hij kon ik ook hard schieten. Hij heeft ook het Nederlands elftal gehaald, alleen veel meer aandacht gekregen. Er werd weleens tegen mij gezegd van bij die Kees Kist activiteiten (het Kees Kist jaar in 2019, 40 jaar nadat hij Europees topscorer werd, red.): ‘Hier had jij ook moeten zijn’. Ach, het is sowieso niet meer te vergelijken met tegenwoordig. Mijn dochter voetbalt ook en is trainster van de keepers bij Steenwijk. Ze zei ooit: ‘Mam, je bent gewoon in de verkeerde tijd geboren’ en dat is eigenlijk ook wel zo.”

In hoeverre ben je nu nog betrokken bij het vrouwenvoetbal?

„Nadat ik op het veld gestopt was, heb ik nog een aantal jaren in de zaal gespeeld bij ONT in Opeinde. Mijn dochter ging op een gegeven moment voetballen bij Steenwijk en je weet hoe dat gaat, voor je het weet ben je dan trainer. Dat heb ik een poosje gedaan. Ik ben zelfs nog gevraagd om bij MSC in Meppel te gaan trainen, maar ik werd toen net geopereerd en heb dat niet gedaan. Ik kijk de wedstrijden van het Nederlands elftal, zeker tijdens het EK en WK en ik volg de eredivisie voor vrouwen ook nog wel een beetje. Ik vind het allemaal mooi om te zien en het is een goede zaak, dat een aantal speelsters teruggekomen is uit het buitenland en weer in Nederland is gaan voetballen.”