Sije Nolles is er als de kippen bij: ‘Elk jaar zoek ik de mooiste Sussex-kippen eruit om mee door te fokken’

Wat er eerder was, de kip of het ei? Bij Sije Nolles uit Oldeholtpade de kip. Of beter: drie of vier. Sussex-kippen, waarmee hij fokt en naar shows gaat. Hij heeft al diverse prijzen in de wacht gesleept.

Sije Nolles met zijn kippen.

Sije Nolles met zijn kippen. FOTO PIET BOSMA

‘Voor de Sussex-kip had ik krielen’, vertelt Nolles. Maar toen hij de Sussex zag in 1990 bij een buurman, was hij verkocht. De krieltjes gingen de deur uit, ‘want ik vond het Sussex-exemplaar veel mooier’. De tekening, de grootte, dat is wat hem aanspreekt. ‘Het is van origine een boerderijkip, wat feller’, gaat Nolles verder, die zelf ook op een boerderij opgroeide. Krijgen deed hij ze via zijn buurman en vrijwel meteen ging hij met de kleindieren aan de slag. Een kippenhok, een veel kleinere dan nu, had hij al en het fokken kon beginnen. ‘Eigenlijk is het heel simpel: je zet er een haan bij en de kuikens komen vanzelf. Zolang je de beesten maar voert en voorziet van voldoende water.’

Om overlast van de haan te voorkomen in de woonwijk waar hij woont, bouwde Nolles een binnen- en een buitenhok aan elkaar vast. Overdag lopen ze buiten, overdekt en in de nacht lopen ze in een geïsoleerd hok. ‘Zodat de buren er geen last van hebben als de zon opkomt.’ Met een gordijn blijft het altijd nacht in het binnenhok. En daarbij deelde Nolles het hok ook nog in drieën, zodat de haan, de kippen en kuikens allemaal gescheiden kunnen staan. Hij heeft er op dit moment zevenendertig in totaal. Tien thuis en zevenentwintig elders. ‘Onder meer elf hanen. Daar kunnen er wel zes van weg’, zegt de fokker. Hij heeft meer aan kippen. Een stuk gewilder, noemt hij ze. ‘Hanen raak ik alleen maar kwijt aan Duitsers of Italianen, de kip gaat overal naartoe.’ Maar eerst bekijkt Nolles zijn koppel zelf: wat zijn de beste kuikens, welke hebben de beste tekening, want daar draait alles om. De tekening. De omzoming van de veren en of er om elke zwarte veer wel een wit randje zit. ‘Perfect krijgt je ze bijna nooit, maar dat is wel het doel.’ Hij zoekt de beste kippen uit en verkoopt de rest en op die manier fokt hij zijn Sussex-kip door voor de jaarlijkse shows. Daar komt altijd veel meer bij kijken dan voeren. ‘Alle kippen die meegaan moeten namelijk gewassen en geföhnd worden.’ Een dag kost het Nolles om ze te fatsoeneren. ‘De veren moeten schoon zijn evenals de poten. Een witte veer die eigenlijk zwart moet zijn trek ik er dan uit’, verklapt hij. ‘Puur om ze er zo perfect mogelijk uit te laten zien.’

Perfecte kip

Bij de shows wordt vooral gekeken naar de veren, het dons, de lel, kleur en de kam. Een hangende kam betekent minpunten. ‘Eigenlijk tref je, op welke show je ook komt, nooit een geheel perfecte kip. Dat is bijna onmogelijk, maar dat maakt het leuk. Het moet niet te makkelijk zijn.’ Zelf won Nolles al diverse prijzen, waaronder die van beste Sussex-kip van Nederland in 2019. ‘Wat leuk is, want in 2020 is er geen show geweest vanwege corona. Ik ben dus al twee jaar achtereen Nederlands kampioen. Iets wat eigenlijk nooit voorkomt, een unicum.’ Hij gaat jaarlijks naar zo’n drie of vier shows. Niet meer, ‘want anders blijf ik aan het wassen’. De Noordshow, dit jaar als het goed is in Hardenberg, geldt als de grootste en belangrijkste van Nederland. Lid is Nolles van de Sussex club en de kleindierenclub van Noordwolde. Daar ziet hij een groot verschil qua continuïteit. ‘De Sussex-kippen, of fokkers, worden door de jaren heen wat minder in Nederland. De club heeft nog zes leden. De kleindierenclub daarentegen heeft nog evenveel leden als tien jaar geleden. Dertig stuks. ‘Prachtig om je passie met gelijkgestemden te delen. Het is even afwachten of er dit jaar weer wat evenementen doorgaan. Ik hoop het. En anders ben ik straks gewoon drie jaar achter elkaar Nederlands kampioen. Er zijn mindere titels.’