Over diepontwatering en de bakker die door de vloer zakte

Oldelamer - Diepontwatering gaf de melkveehouderij in de Friese veengebieden in de tweede helft van de vorige eeuw een beslissende duw in de rug. De victorie begon in ruilverkaveling Oldelamer. Dat er ook een keerzijde was ervoer oud-bakker Gauke Zwarteveen. ,,Deze week zijn we door de kamervloer gegaan…’’ Een duik in het verleden.

Het huis aan de Hogeweg in Oldelamer, sinds 2008 van René de Bruijn, staat nog fier overeind.

Het huis aan de Hogeweg in Oldelamer, sinds 2008 van René de Bruijn, staat nog fier overeind. FOTO NIELS DE VRIES

Het is het sluitstuk van eeuwen van voortgaande waterbeheersing. Nadat de zee is buitengesloten en met gemalen en sluizen het waterpeil in de Friese boezem sinds1967 is vastgepind, lijkt de sprong van afwatering naar óntwatering logisch.

In de ruilverkavelingsgolf die nadien over Friesland spoelt, worden weilanden vergroot en sloten strakgetrokken. Bij het polderbeheer staat de afvoer van water voorop. Op droger land groeit immers meer gras en je kunt uit de voeten met de zwaardere trekkers en machines die opkomen in de mechanisatiegolf.

In de veenweidegebieden ligt de sleutel voor het bereiken van dat ideaalbeeld in de diepontwatering. Het idee is eenvoudig: door het slootpeil een meter of meer onder maaiveldhoogte te brengen, trek je het land droog. Nergens in Nederland wordt dit drastischer toegepast dan in Friesland. Het is een halve eeuw later ook de basis van veel uitdagingen in de feangreiden: maaivelddaling, uitstoot van broeikasgassen, een verstoorde waterhuishouding en verlies aan bodem- en natuurkwaliteit.

Golvend weiland

De eerste plek waar met diepontwatering wordt geëxperimenteerd is Oldelamer, en daar is veel voor te zeggen. Boerenzoon Anne de Groot (74), nu woonachtig in Raalte, vat de oude toestand kernachtig samen: ,,Als je met drie paarden in galop ging, dan golfde het hele weiland.’’ Zijn ouders zijn in de jaren zestig na een boerderijruil met hun elf kinderen van Wolvega naar Oldelamer verhuisd. Daar zijn bunders beschikbaar en gloort met de ruilverkaveling ook de bouw van een moderne ligboxenstal.

In het ruilverkavelingsrapport uit 1969 wordt de oude waterhuishouding in het gebied beschreven als zeer onbevredigend: ‘Een grillige, onoverzichtelijke waterbeheersing met een minimum aan effect. Dit komt tot uiting in de te hoge polderpeilen en slootwaterstanden’. Slotsom is dat in de diepveengebieden een jaarrond polderpeil van 80 tot 120 centimeter beneden het maaiveld de voorkeur verdient. De natuurgebieden langs Helomavaart en Tjonger zijn uitgezonderd.

Veel discussie levert het diepe peil niet op, afgaand op het ruilverkavelingsarchief. Het enige tegengeluid komt van technisch hoofdambtenaar W.J. van Raalten van waterschap De Stellingwerven. ‘Verwacht mag worden dat met een te grote drooglegging een vrij grote klink van de veengronden niet zal uitblijven’, schrijft hij. Van Raalten vindt een drooglegging van 60 centimeter genoeg, ook omdat de test in een proefpolder alleen kortetermijnresultaten heeft opgeleverd.

‘Een enorme zitkuil’

In oktober 1969 stemmen de grondeigenaren over de ruilverkaveling met 83,4 procent is voor. Het duurt nog een paar jaar voordat burgersmerken dat deze vooruitgang een schaduwkant heeft. Het gepensioneerde bakkersechtpaar Gauke en Janke Zwarteveen kan daar tegen die tijd over meepraten. Hun woning, de voormalige bakkerszaak aan de Hogeweg, verteert de nieuwe waterhuishouding bijzonder slecht. Ze krijgen last van verzakkingen en scheurende muren.

Streekblad de Kleine Dorpenkrant verwoordt in 1983 het stille leed van de Zwarteveens en anderen onder het kopje ‘Beneden alle peil’. ,,De nadelen van de ruilverkaveling die de afgelopen jaren in dit gebied heeft plaatsgevonden, komen langzamerhand aan het licht. Door daling van het grondwater komen onder sommige woningen de houten funderingspalen droog te staan met als resultaat: verrotting en ondermijning van de muren en vloeren. Het erf en de tuin kunnen spontaan de vorm van een enorme zitkuil aannemen.’’

De beschrijving van huize Zwarteveen is beeldend: ‘De woning kan men niet betreden, maar dient besprongen te worden. De huiskamer heeft alle hoogteverschillen van een gemiddelde midgetgolfbaan. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.’ Dat is niet wat bakker Zwarteveen, geprezen om zijn opgewekte aard én zijn suikerbrood, zich heeft voorgesteld van zijn oude dag.

‘Gekrikt en gestut’

Op 2 februari 1984 schrijft bakker Zwarteveen een brief aan de hoge heren van waterschap De Stellingwerven. Hij beschrijft hoe zijn huis steeds onbewoonbaarder raakt. ,,Voor mijn vrouw die reumapatiënt is kan het niet langer. Als ze in huis zit en de wind waait om de benen, dan stikt ze ’s nachts van de pijn.’’

‘Deze week zijn we door de kamervloer gegaan en moest de vloer met nieuwe balken en houten platen weer gerepareerd worden. Verleden jaar is de westkant gekrikt en gestut met betonpalen. De muur op Zuidoost moet nu nog op dezelfde manier aangepakt worden, alsmede een nieuwe muur gemetseld worden en volgens insiders zijn we dan aardig in de goede richting.’’

Zijn verzoek: ,,Is er van uw kant niet iets aan te doen voor wat betreft een geldelijke tegemoetkoming? De kosten rijzen de pan uit en zo langzamerhand komt bij onze schatkist de bodem bloot. En daar komt nog bij dat nu we er al zoveel aan hebben uitgegeven we de laatste werken ook wel moeten voltooien, anders is alles voor niets geweest.’’

‘Zekere invloed’

De smeekbede heeft effect. Het waterschap neemt de brief serieus, maar wil zich niet aan de kwestie branden en kaatst de bal naar de ruilverkavelingscommissie. Die komt opnieuw de schade opnemen en erkent heel voorzichtig dat de peilverlaging wel eens een rol kan spelen. ,,Ten opzichte van 1976 blijkt dat de situatie verslechterd is. De oorzaak zal moeten worden gevonden in het wegvallen van voldoende steun in de ondergrond. In hoeverre hier een peilverlaging, welke in de directe omgeving is doorgevoerd, debet aan is is moeilijk na te gaan. De kommissie acht een zekere invloed niet uitgesloten en dit zal het proces dat reeds gaande was, versneld hebben.’’

De commissie toont zich bereid eenmalig 12.500 gulden in herstel van de gevel te steken. Het waterschap werpt zich op als tussenpersoon en legt Zwarteveen een overeenkomst voor. Hij tekent voor de uitbetaling en verklaart ,,verder geen aanspraken voor eventuele schade te zullen doen.’’

Hoogwatercircuit

Boerenzoon Anne de Groot heeft altijd contact gehouden met het kinderloze echtpaar Zwarteveen. De oud-bakker overlijdt in 1991 op 76-jarige leeftijd. Janke Zwarteveen woont nog jaren in de bakkerij. Zij verhuist later naar Wolvega, waar ze in 2005 op 81-jarige leeftijd sterft. De Groot regelt als executeur-testamentair de verkoop van het huis. Dat de bakker ooit gecompenseerd is voor de ontwateringsschade is hem onbekend. Hij weet wel dat het echtpaar veel schade leed door verzakkingen. ,,Er was wel een soort van hoogwatercircuit rond de woningen gemaakt, maar veen is een grondslag waar je mee bezig blijft.’’

Het huis aan de Hogeweg staat nog fier overeind. René de Bruijn is sinds 2008 de eigenaar. Hij prijst zich gelukkig dat de vorige bewoner de oude paalfundering heeft versterkt met stalen buispalen, gevuld met beton. De voorgevel is ooit vernieuwd. De Bruijn: ,,Twee keer zelfs. Toen ze de eerste keer klaar waren, knalde er een vrachtwagen tegenaan en konden ze opnieuw beginnen.’’

De Bruijn, die bodemonderzoek doet bij Ingenieursbureau Boorsma in Drachten, heeft in zijn tuin een peilbuis geslagen om het grondwaterniveau te volgen. ,,Het gaat flink op en neer, maar zit gemiddeld een meter onder het maaiveld.’’

‘Geweldige metamorfose’

Op 23 oktober 1987 is de ruilverkaveling Oldelamer officieel afgesloten. De diepontwatering wordt als een groot succes gevierd. Europarlementariër en waterschapsvoorzitter Teun Tolman oordeelt volgens de LC dat er ,,te panisch’’ wordt gereageerd op de maatregel. Hij omschrijft de veranderingen in het gebied als ,,een geweldige metamorfose met zeer moderne bedrijfsgebouwen en kavels die bijna op vliegvelden lijken’’. Tolman benadrukt dat de diepontwatering vooral moet doorgaan. ,,De agrariër die aan moderne ontwikkeling niet meedoet, moet mogelijk later afhaken.’’