‘Nederland geeft een vertrouwd gevoel’

Frens Jansen

Wilhelminaoord - Na het bestieren van een goedlopend restaurant in Ede en een minstens zo succesvolle kook- en wijnschool was daar ineens die droom van Heleen en Rolf Oosterveld: een eigen boerderij met een paar hectare grond om zelfvoorzienend te kunnen boeren.

Het was begin jaren negentig dat zij de sprong waagden en verhuisden naar de Allier, een departement in het groene hart van Frankrijk. Ze begonnen met een ruïne en eindigden met een boerderij, restaurant, vier vakantiehuizen en elf paarden voor de gasten om op te rijden. Na 23 jaar Frankrijk zijn ze terug in Nederland, aan de M.A. van Naamen van Eemneslaan in Wilhelminaoord.

Vonk

De horeca zit ze in het bloed, zo veel is wel duidelijk. Afkomstig uit Amstelveen, volgden Heleen (inmiddels 61) en Rolf (65) beiden de Hoge Hotelschool in Maastricht. ‘We hebben bij elkaar op de kleuterschool, de lagere school en de middelbare school gezeten, maar pas in Maastricht sloeg de vonk over. Rolf wilde niet eens met me knikkeren,’ zegt Heleen lachend. Zoals er zo veel valt te lachen aan de M.A. van Naamen van Eemneslaan 24. De anekdotes uit hun leven volgen elkaar in rap tempo op. Wie zijn leven leeft zoals Heleen en Rolf Oosterveld dat doen (‘Wij zien de mogelijkheden en grijpen de kansen waar het kan’) kan honderduit vertellen. Dat laat het echtpaar niet na.

Wie koopt er nou spontaan een slechtlopend restaurant in Ede, een plaats waar je totaal niet bekend mee bent? Zij dus. ‘Nee hoor, we hadden helemaal niets met Ede. Maar het stond te koop, was vanwege een gebrek aan clientèle niet duur en ach, we dachten: Ede dat is mooi in het midden van het land.’

Het was in de jaren tachtig dat Heleen en Rolf de sprong waagden, tijdens de opkomst van de nieuwe keuken, zoals Heleen de ontwikkeling omschrijft. ‘De bestofte menukaart ging eruit. De zware keuken werd vervangen door de lichte keuken. Geen biefstuk met champignonsaus meer, maar de lichtere gerechten. Dat was een aardige omwenteling voor de horeca, die in de jaren zeventig behoorlijk was vastgelopen.’

Als een van de weinige vrouwelijke chef-koks in Nederland, kreeg Heleen veel aandacht. Lachend: ‘We zijn zelfs op televisie geweest en ik heb in de Libelle gestaan.’ Ook de twee andere koks in de zaak waren vrouw. Rolf: ‘Leuk voor publicatie natuurlijk. Daar konden we toch wel een beetje een slaatje uit slaan. Ons restaurant ging ontzettend goed lopen. De laatste vier jaar moesten gasten reserveren als ze op de zaterdagavond bij ons wilde eten.’ Na acht jaar – op het hoogtepunt - verkocht het horeca-echtpaar de zaak om een kook- en wijnschool te starten.

‘Gasten in het restaurant vroegen Heleen vaak naar de bereiding van de gerechten. Dan gingen ze met een bekrabbeld kladje naar huis. Daarnaast was ik vinoloog. Vanuit die gedachte zijn we de school begonnen. Of dat zomaar kon? Toen was alles nog niet zo streng. We hebben ons gewoon ingeschreven als cursuscentrum.’

Langzaam maar zeker werd de droom gevoed. Uit liefde voor eten, nieuwsgierigheid naar de grondstoffen en de drang om als ondernemerstypes iets nieuws te beginnen. Heleen: ‘Wat we serveerden wilden we ook zelf uit de grond halen. In een café lazen we een boek over zelfvoorzienend boeren. Het was duidelijk: dat wilden we ook!’ Nederland was veel te duur om deze wens in vervulling te laten gaan en dus werd het La France; een boerderij met een paar hectare grond in het groene hart van Frankrijk, 800 kilometer van Ede.

Het goed en strak georganiseerde Nederland werd ingeruild voor het lossere Frankrijk. De veranda ombouwen tot restaurant? Daar zijn niet zo veel vergunningsaanvragen voor nodig. ‘Nederland kent strenge regels, in Frankrijk zet je er gewoon een stukje aan. Je gaat met een tekening naar de burgemeester en als hij zijn handtekening zet, is het klaar,’ vertelt Rolf. En dus kwam er een restaurant met bed & breakfast bij. Volledig zelfvoorzienend. Alles, maar dan ook alles werd zelf verbouwd, gehouden en geslacht. Naast de immense moestuin liepen schapen, geiten, kippen, varkens en nog veel meer. Op tafel komt het boek met bloederige foto’s van de eigenhandige slacht van een varken. ‘We gingen back to basic.’

Het avontuur ging verder. Een leegstaand huis op 300 meter van de boerderij werd aangekocht en omgebouwd tot vakantiehuis. Rolf: ‘Het was een ruïne.’ Maar natuurlijk zag het echtpaar Oosterveld mogelijkheden. ‘Overal vandaan kochten we tweedehands dakpannen. Er lagen vier verschillende soorten op het dak en toch zag het er leuk uit!,’ zegt Rolf lachend. De bed & breakfast werd benauwend, en de schuur omgebouwd tot huis. Heleen: ‘Toen hadden we twee huizen om te verhuren!’

Het tekent het duo: mogelijkheden aangrijpen waar ze zich voordoen. Met hun ondernemers- en horeca-ervaring was het vrijwel uitgesloten dat de nieuwe wegen die Heleen en Rolf insloegen, ooit zouden doodlopen. Zo eindigden ze met vier vakantiehuizen, een eigen woning en een restaurant. En als slagroom op de taart kwamen daar nog eens elf paarden bij, waarvan ervaren vakantiegangers gebruik konden maken.

Heleen: ‘Ik heb Nederland nooit gemist, maar op het laatst begon ik de winters stil te vinden. Het cliché is waar: uiteindelijk ga je toch terug naar waar je vandaan komt. We wilden boven Zwolle, geen files. Omdat Rolfs ouders in Doldersum een vakantiehuis hadden, waren we bekend met het gebied. Steenwijk is een leuke stad, dus ergens tussen Steenwijk en Doldersum, hadden we in gedachten. Nou, dat is ons aardig gelukt!’

Ongeveer een jaar zijn ze nu terug in het georganiseerde Nederland, waar iedereen wél op tijd is bij een afspraak, de wijn nog niet om tien uur ’s morgens op tafel komt, de politie niet onder werktijd drinkt en instanties ook daadwerkelijk terugbellen als ze dat beloven. ‘Als in Frankrijk de gemeenteraadsvergadering om 16.00 uur begint, kun je rustig om 16.30 uur komen, want de burgemeester moet nog van de trekker komen. Als je in Frankrijk in een bouwmarkt vraagt waar een artikel staat, zeggen ze ‘là-bas’ en wijzen ergens naar een hoekje in de winkel. Hier is het: ik loop wel even met u mee. Als je anders gewend bent, denk je: nou, dat hoeft ook weer niet! In Frankrijk is het vrijwel onmogelijk om afspraken te maken, maar aan de andere kant: als je onverwachts langskomt, maken ze altijd tijd voor je. Nederland staat op z’n kop als de piloten één ochtend staken. In Frankrijk staat er een standaard vakje in de krant met wie er nu weer allemaal staken. Of de melding is: Air France staakt voor onbepaalde tijd. Hier ondenkbaar.’

Verrukkelijk

‘We hebben een prachtige tijd gehad, maar Nederland geeft een vertrouwd gevoel. Iedereen komt op tijd, verrukkelijk! En Nederland is zo mooi. Als we op zondagmiddag een eindje gaan rijden, komen we op zulke mooie plekken. Er valt nog zo veel te ontdekken.’

Nieuws

menu