‘Bijenvolk een genot om naar te kijken’: Jaap Langeveld (76) houdt twee miljoen bijen

Elke dag om 16.00 uur pakt Jaap Langeveld (76) uit Oldeholtpade een sigaar en schenkt hij een glaasje Jägermeister in. Beide neemt hij mee naar achter in zijn tuin. Daar staat te midden van zijn moestuin een stoel. De rug is naar de woning gedraaid. ‘Ik ga erop zitten voor een uur om te genieten van mijn bijenvolken’, zegt de liefhebber. En hij heeft er nogal wat. Acht thuis en twaalf elders. Goed voor in totaal twee miljoen bijen.

Liefbebberij Jaap Lageveld Oldeholtpade

Liefbebberij Jaap Lageveld Oldeholtpade

Krioelen doet het niet bepaald in zijn tuin. ‘Heus, we planten genoeg bloemen en bomen voor onze beestjes, maar ze vliegen overal heen in de regio.’ De ene keer zijn het de voorjaarsbloemen, die bloeien, de andere keer staat een boom in de bloesem. ‘Je verneemt ze nauwelijks.’

Kleur

Langeveld, die middenin het dorp woont, heeft van zijn buren nog nooit een klacht gehad over zijn volken. Werksters vliegen zo’n drie kilometer, dus zullen ook in Wolvega, Nijeholtpade en de Lindevallei te vinden zijn. Op zoek naar stuifmeel, op zoek naar planten en bloemen om te bestuiven, altijd zijn ze aan het werk. ‘En dat is zo mooi om te zien. Aan de kleur van het stuifmeel kun je herleiden waar ze zijn geweest.’ Is het geel, dan staat de zonnebloem in bloei, is het bruin, dan is de bij mogelijk bij de kastanje geweest. Een rossige kleur komt van de paardenbloem en bij blauwe bolletjes aan de poten, zijn ze waarschijnlijk bij een distel geweest. ‘Af en aan vliegen ze, altijd geven ze alles wat ze kunnen om hun volk in stand te houden.’ Mede om die reden leven bijen slechts 42 dagen, weet Jaap. ‘Tenminste als de bijen in het voorjaar geboren worden. Dan hebben ze het drukker dan in de winter, wanneer ze voornamelijk hun verblijf schoonhouden.’ Winterbijen leven zes maanden. ‘En de koningin legt zo’n vierduizend eitjes per dag. Oftewel genoeg nieuwe aanwas.’

Amerika

Interesse in bijen had Langeveld in eerste instantie helemaal niet, tot hij op zijn vijfendertigste gevraagd werd op een volkje te passen. ‘Mijn broer ging op dat moment naar de Verenigde Staten van Amerika. Ik liet hem weten dat het niks voor mij was om me over de bijen te ontfermen. Maar toen hij niemand anders kon vinden, heb ik het toch maar op me genomen.’ En dat verging Langeveld, ondanks dat hij om de twee weken zelf ook weg was, vrij gemakkelijk. ‘Ik was importeur van buitenlandse kaas en zat vaak in Frankrijk.’ De geïmporteerde kaas verkocht hij op de markt. ‘Iets wat ik nog steeds wel doe. Niet zelf, ik help met regelmaat een kaasverkoper op de markt in Groningen.’

De bijen begonnen steeds vaker door Jaap zijn hoofd rond te zoemen, dus besloot hij het volkje over te nemen.

Hennie Boonemmer

Pas echt fanatiek werd Langeveld gemaakt door Hennie Boonemmer. ‘Toen ik hem leerde kennen, ging mij hart pas echt open. Wat wist die man veel, wat kon het er enthousiast over vertellen.’ Boonemmer hield bijen sinds zijn zesde en wist er alles van. Na negentig jaar bijenvolken te hebben gehouden overleed hij onlangs door corona. ‘Hij wordt enorm gemist’, vertelt zijn grote vriend Langeveld. ‘Hij heeft me alles geleerd.’ Twee volken werden tien werden vijftien en werden twintig. Te veel voor achter in de tuin, vindt de liefhebber. Daarom heeft hij ook volkjes bij Fruithof de Struikrover in het dorp staan. ‘Een ideale wisselwerking. Een walhalla is het voor de bijen en andersom bestuiven ze er alle bloemen en planten.’ Ook in Oldeberkoop staan volken van Jaap evenals in het Fochteloërveen.

Langeveld kijkt in één van zijn kasten om na te gaan hoe het ervoor staat met de honingproductie. ‘De hele natuur kwam dit jaar wat laat op gang, dus er is nog geen honing te slingeren. Wel bijna’, zegt Jaap, die zodra hij weer gevulde potjes heeft die ook op de markt slijt.

Tot die tijd is het wachten en geniet Jaap, dagelijks op zijn stoel in zijn moestuin.