Petret van de Weke: Kamerleden nemen Stellingwerven in bescherming

Wolvega - Deze maand hebben de Nedersaksische streektalen van ‘Den Haag’ een duidelijke erkenning gekregen. Daar is heel wat aan voorafgegaan.

Precies 40 jaar geleden, eind oktober 1978, praatte de Stellingwarver Schrieversronte flink in op leden van de Tweede Kamer. Met de ‘dreiging’ dat in 1980 het Fries op de basisscholen in Friesland als verplicht vak zou worden ingevoerd, bood een sterke delegatie op het Binnenhof de woordvoerders van de politieke fracties de nodige informatie aan. Dat was voordat de parlementariërs aan een debat zouden beginnen over de gevolgen voor de kweekscholen als Fries een verplicht vak op de lagere school zou worden. Eerder was door de Schrieversronte ook al een spoedbrief bij onderwijsminister Pais bezorgd.

Stellingwerfse woorden

Het streekeigene vierde hoogtij in de Kamer. De van oorsprong Stellingwerfse Kamervoorzitter dr. Anne Vondeling kondigde het debat in het Fries aan en liet ook een paar Stellingwerfse woorden vallen. Hij kreeg daarop een paar Drentse volzinnen terug van de liberaal Arend-Jan Evenhuis (uit Meppel), die de rij van zeven sprekers opende. Evenhuis wees de Friese Provinciale instanties terecht voor hun eenzijdige voorstelling van zaken aan de Kamer. Ook de Brabantse PvdA-woordvoerder Martin Konings was het tegengevallen, dat in geen van de officiële stukken die vanuit Friesland naar Den Haag waren gestuurd, ook maar enige aandacht aan de positie van taalminderheden werd geschonken. Hij vroeg minister Arie Pais om wel degelijk met de belangen van de Stellingwerven en Het Bildt rekening te houden.

Niet ontaarden in machtsstrijd

Zes van de zeven woordvoerders namen het voor de positie van het Stellingwerfse gebied op. De Friese CDA-afgevaardigde Mieke Andela-Baur: ‘Het streven van Fries naar gelijkwaardigheid, mag niet ontaarden in een machtsstrijd waarbij de ene taal wordt geminacht ten opzichte van een andere. Dit zal van de autochtone bevolking, die zich als de drager van de Friese taal en de Friese cultuur beschouwt, soepelheid vragen en begrip voor anderen die binnen haar provinciegrenzen wonen.’