Petret van de Weke: ‘Niet spreeken met den bestuurder’

Wolvega - Veertig jaar geleden lag er nog een ruime periode tussen de verkiezingen voor de gemeenteraad en het daadwerkelijk aantreden van de nieuwe formatie.

Meestal in maart gingen de kiezers naar de stembus. Pas halverwege augustus werd afscheid genomen van raadsleden die niet meer terugkeerden en eind augustus/begin september kwam de gemeenteraad in nieuwe samenstelling voor het eerst bijeen.

Wethouders moeten raadslid zijn

In de maanden daarvoor had men ruim de tijd gehad om na te denken en te onderhandelen over de invulling van de wethoudersposten. Die wethouders moeten zelf raadslid zijn. Zij bleven ook na hun verkiezing tot wethouder gewoon deel uitmaken van de gemeenteraad. De wethouders hadden daarin dus ook stemrecht, wat bij het huidige (duale) bestel niet meer het geval is.

Niet spannend

In augustus 1978 was de wethoudersverkiezing overigens niet zo spannend. De PvdA had nog steeds een ijzersterke positie in de raad. De partij eiste met succes twee van de vier wethoudersposten op. Dat werden Jan Oosterhof (tweede van links) en de achter het bureau zittende Jan Bruinink.

Eerste werkbespreking

Het CDA mocht met één wethouder aanschuiven: Ep Kramer (links). De laatste wethouderspost ging naar Meine Nijenhuis van de VVD. In het oude gemeentehuis aan de Heerenveenseweg hielden zij hun eerste werkbespreking. Zij zouden daar overigens niet eindigen. In november 1980 verhuisde het hele gemeentelijke apparaat naar de nieuwbouw aan de Rozenstraat.

Hommeles binnen PvdA

Ook het PvdA-mandaat werd daar voor Bruinink en Oosterhof afgesloten. Bij de verkiezingen in 1982 was het binnen de PvdA hommeles. Het duo ging de verkiezingen in met de lijst GDP. Hoe open de politiek destijds was in vergelijking met vandaag de dag, is moeilijk vast te stellen. Wel hield Jan Bruinink als loco-burgemeester van een strakke hand. Maar we zullen het erop houden, dat de sticker vóór op zijn bureau humor was: “Niet spreeken met den bestuurder”…..