Rechtvaardig
Door Eerde de Vries

'Verkiezingen zijn niet democratisch'

Hoe kan dat nu? Verkiezingen en democratie vormen toch een onlosmakelijke twee-eenheid?

Van links en rechts komt er echter kritiek op de rol van de verkiezingen in ons democratisch bestel. Op de verkiezingsdag zelf kan het volk (demos) zich nog de baas wanen, maar de dag daarna bepalen de volksvertegenwoordigers wat goed is voor het volk.

Dit zit ingebakken in ons systeem. Ook wij kozen na de Franse revolutie voor een representatieve democratie, waarbij het volk door een gekozen volksvertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd in het parlement.

In de late Middeleeuwen riep de vorst de Staten-Generaal bijeen, waarin toen alleen nog de oude, niet gekozen, aristocratie vertegenwoordigd was, de adel, de geestelijkheid en de regenten uit de steden en provincies. Die vertegenwoordigers van de steden en provincies konden pas afspraken maken met de vorst na toestemming van hun achterbannen. Er werd toen dus nog ná ruggespraak en mét last van de achterban beslist door de “volksvertegenwoordiging”.

Veel later, nadat de Gewesten of Provincies hun soevereiniteit verloren hadden en de eenheidsstaat Nederland was ontstaan met verschillende politieke stromingen, mochten de volksvertegenwoordigers juist niet “met last en ruggespraak” hun achterban vertegenwoordigen. Zeker gesteld moest worden dat die gekozen volksvertegenwoordigers geheel vrij waren om naar eigen inzicht, na debat in het parlement, hun keuzes te maken, zonder last of ruggespraak.

In het nog sterk verzuilde Nederland van na de Tweede wereldoorlog vertrouwde de socialistische, de christelijke en liberale kiezer hun vertegenwoordigers uit dezelfde zuil nog een vrij mandaat toe om namens hun, “zonder last of ruggespraak”, te stemmen. Met het verdwijnen van de oude zuilen en de oude ideologieën is dat vertrouwen verdwenen en ook de onderlinge lotsverbondenheid binnen die verschillende oude zuilen.

Het volk ging de volksvertegenwoordiging meer en meer zien als de nieuwe aristocratie, de elite die niet met, maar voor het volk besliste.

David Van Reybrouck, cultuurhistoricus en schrijver, bepleit al enige jaren aanwijzing van de volksvertegenwoordigers door loting. Een jaarlijkse loting bepaalt of je bestuurder of bestuurde bent. Loting als nieuw en beter mandaat voor de volksvertegenwoordiging. De “ingelote” burger hoeft zich niet druk te maken om zijn (her)verkiezing, kan echt vrij beraadslagen binnen het parlement. Op plaatselijk niveau zijn goede ervaringen opgedaan met zo’n burgeroverleg. Iets voor een referendum?