Behandeling zaak overval juwelier Vonk laat op zich wachten

Oldemarkt - De inhoudelijke behandeling in de strafzaak tegen drie verdachten van de gewapende overval op juwelier Vonk op 12 januari in Oldemarkt laat nog even op zich wachten.

De rechtbank in Zwolle stemde maandag in met de onderzoekwensen van de raadsman van de 21-jarige verdachte uit het dorp. Hij verzocht om nog drie personen nader te laten horen bij de rechtercommissaris en hij vroeg de camerabeelden op.

Drie gemaskerde en gewapende mannen overvielen de juwelierszaak op een dinsdagochtend. De overvallers zwaaiden met vuurwapens en dreigden de juwelier en diens vrouw neer te schieten. Ze namen daarbij de juwelier te grazen en sloegen en schopten de hem meerdere malen. Beveiligingsbeelden die rondcirculeren op het internet laten zien hoe de juwelier zich probeert te verzetten, dat buurtbewoners te hulp schieten en zelfs de overvallers achterna rennen wanneer zij op de vlucht gaan. 

Tijdens de pro formabehandeling van de strafzaak liet de verdachte uit Oldemarkt weten heel erg veel spijt te hebben. ‘Het is allemaal heel erg uit de hand gelopen’, zo zei hij. Een 26-jarige medeverdachte uit Rotterdam probeerde nu al zijn zaak te verdedigen. ‘Volgens het proces verbaal hebben we zwaar geweld gebruikt, maar ik ben van mening dat dat niet zo is. Volgens het wetboek van strafrecht, artikel 82, wordt onder zwaar lichamelijk letsel begrepen een ziekte die geen uitzicht  op volkomen genezing heeft en storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft’, somde de verdachte wijs op. ‘We hadden niet de bedoeling om zwaar geweld te gebruiken en we hebben niet gepoogd om de juwelier opzettelijk van zijn vrijheid te beroven.’

Behalve de nadere verhoren bij de rechtercommissaris en het verstrekken van de camerabeelden, is het wachten eveneens nog op het persoonlijkheidsonderzoek van de derde verdachte, een 23-jarige man uit Leeuwarden. ‘Het onderzoek is al enige tijd geleden uitgezet, maar er is nog altijd geen psycholoog of psychiater bij mijn cliënt in de penitentiaire inrichting geweest’, aldus de raadsvrouw die de officier van justitie verzocht om aan te dringen de betreffende personen het rapport voor 26 mei gereed te hebben. Dan zal de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvinden.