Henk en Tonny tellen hun zegeningen na gewapende overval (interview)

Oldemarkt - 'Ik lach er nu misschien wel om, maar als ik een kogel in m'n bast had gehad, dan was het heel anders geweest'. Het normaal gesproken zo goedlachse gezicht van juwelier Henk Vonk (60) plooit zich tot een grimas.

Terdege beseft hij dat de gewapende overval van dinsdagochtend heel anders had kunnen aflopen. ‘Gelukkig is er niet geschoten. Anders waren we niet zo stoer geweest.’

Wie donderdagochtend de juwelierszaak van Henk en zijn vrouw Tonny (61) binnenstapt, zal zich niet kunnen voorstellen wat voor een drama zich er twee dagen geleden heeft afgespeeld. Woensdag is er al nieuw glas gezet in de vitrines, terwijl de etalage, die dinsdagochtend nog bezaaid lag met glasscherven, weer vol ligt met glimmende sieraden. Pas als je goed kijkt, zie je bloedspetters op de beige vloerbedekking achter de toonbank. Henk: ‘Dat is mijn bloed. Het meeste kregen we wel van de vloer af, maar de rest wordt straks gereinigd’. En inderdaad, een uur later komt een reinigingsbedrijf langs om het geronnen bloed te verwijderen.

Vechtsporen

De winkel mag er dan appetijtelijk bij staan, het lichaam van Henk is er minder aan toe. ‘Ik zit onder de blauwe plekken’, zegt hij, terwijl hij met zijn vingertoppen de flinke schrammen bij zijn linkeroog bevoelt. ‘Mijn armen, mijn benen, mijn kont, overal hebben ze mij geschopt en geslagen.’ Een lach. ‘Fysieke schade, maar dat is straks wel weer over.’ Hij loopt naar de deuropening in de hoek, die toegang geeft tot het woonhuis achter de juwelierszaak. In het tussenhalletje houdt hij even halt. Hij wijst naar beschadigingen op de verwarmingsbuis, een paar loshangende stangen aan de muur en een versplinterde plek op het kozijn. ‘Vechtsporen.’

De huiskamer geurt naar koffie. Tonny is in de keuken in de weer met mokken en cake. Achter haar, op de houten bar, een haag van lieve kaartjes, bloemen en flessen wijn. ‘Zelfs vleespakketten. Allemaal van mensen uit het dorp. Ja, dat vind ik echt fantastisch’, zegt Henk. Op de bank zit overbuurman René Schutt, die dinsdag samen met zijn vrouw Ira ook hielp bij de heldhaftige achtervolging. Beleefd staat hij op, zodra hij ziet dat Henk bezoek heeft. ‘Als het de volgende keer weer gebeurt, zal ik je zo weer helpen’, zegt Schutt met een bemoedigende knik. ‘Het is in ieder geval mooi dat je winkel weer open hebt. Had ook niet anders van je verwacht.’ Henk lacht. Vanuit de keuken roept Tonny: ‘Ja, maar we zijn geen winnaars. Er zijn alleen maar verliezers.’

Overvallers met bivakmutsen

Terug naar dinsdagochtend. Het is rond negen uur ’s ochtends dat de bel gaat. Henk zit op de bank met een kop thee, Tonny staat op dat moment in de badkamer. ‘Toen liep ik naar de deur’, vertelt Henk, terwijl hij naar het tussengangetje loopt. Wijzend naar een televisiescherm op een tafeltje links: ‘Normaal gesproken kijk ik altijd eerst op het scherm wie er binnenkomt, maar voordat ik kon kijken, ging de klink van de deur naar onze huiskamer al omlaag’. Wanneer de deur opengaat, kijkt Henk recht in zes ogen, die schuilgaan achter zwarte bivakmutsen. Een schok.

Vanaf dat moment gebeurt alles in een stroomversnelling. Fragmentarisch herinnert Henk zich flarden van de levensechte film die dan begint te draaien. De overvallers, gewapend met pistolen, schreeuwen om goud. ‘Opdonderen’, brult Henk tegen het geboefte. Direct beginnen de overvallers op Henk in te slaan en te schoppen. Rake klappen volgen met de kolf van het pistool, even duizelt het de juwelier voor de ogen. Eén van de overvallers is op dat moment begonnen met het breken van de vitrines om de dure sieraden buit te maken. Tonny is ondertussen in haar badjas op het lawaai afgestormd, in haar hand een knuppel. ‘Eng hoor. Ik zag al die bivakmutsen en dan die pistolen’, zegt ze.

Heldhaftig optreden

Door het kranige verzet van de juweliers nemen de overvallers op een gegeven moment de benen – Henk klopt liefkozend op een papierrolhouder: ‘Dit zware ding heb ik ze nog nagegooid’. In hun haast laten de overvallers een tas achter, waarin, naar later blijkt, duct tape blijkt te zitten. Tonny: ‘Ik denk dat ze ons wilden vastbinden’. Henk knikt: ‘Dat denk ik ook. Waarom zouden ze anders direct op mij in beginnen te slaan, terwijl ze de sieraden zo hadden kunnen pakken?’ Buiten komen de overvallers van een koude kermis thuis. De twee Urker visboeren Marco Buter en Jan Anker en dorpsbewoners Edwin Oosterga en René en Ira Schutt zetten een heldhaftige achtervolging in. Tonny: ‘Wat vergeten wordt, is dat ook René Kraak, Tonnie Hof, Johan Wardenier en Wilco de Boer achter een overvaller aangingen.’

Ook Henk, met z’n hoofd onder ’t bloed, vliegt achter de boeven aan. ‘Ik was niet eens echt kwaad. Ik wilde er gewoon één te pakken nemen.’ Dankzij de hulp van de toegeschoten omstanders worden twee overvallers gepakt, een 23-jarige man uit Leeuwarden en een 25-jarige man uit Rotterdam. ‘Eén van hen had ik in de houdgreep’, zegt Henk met een brede lach, ‘het kwam dus goed van pas dat ik vroeger een tijd heb gejudood’. Visboer Marco neemt de overvaller over, waarna politieagenten de man later afvoeren.

Winkel open

En dan is het donderdag. Henk en Tonny tellen hun zegeningen. Henk: ‘Ik ben blij dat het goed is afgelopen. Gelukkig is er niet geschoten, anders stonden we hier niet te lachen. Dan waren we niet zo stoer geweest’. Tonny kijkt haar man aan. ‘Nee, dan vond iedereen het een domme actie. Zo zie je maar hoe veranderlijk het is.’ Het leven is een reis die niet altijd verloopt zoals verwacht. Dat beseffen Henk en Tonny eens te meer, helemaal omdat hun winkel, die al 38 jaar in de Hoofdstraat van Oldemarkt staat, in november 2014 ook al eens overvallen werd.

Toch peinzen Henk en Tonny er niet over om de winkel dicht te doen. ‘Over twee weken is dit wel weer weggeëbd. Ik hoef het er over een maand niet meer over te hebben, ik wil gewoon verder’, zegt Henk. Tonny is het daar niet helemaal mee eens: ‘Dit heeft wel een impact. Er moet misschien wel iets gebeuren om dit te voorkomen.’ Ze begint over een bel bij de voordeur: ‘Dan moeten mensen aanbellen, zodat wij ze binnen kunnen laten’. Henk snuift. ‘Dat staat toch niet vriendelijk’, protesteert hij. Tonny: ‘Wat is nou het allerbelangrijkst, je eigen veiligheid, toch?’ Gedachten kraken zowat hoorbaar. Dan zegt Henk: ‘Ja, dat is ook zo. Ik ga er namelijk wel vanuit dat het weer kan gebeuren’.

Emotie

De winkelbel klingelt. Henk staat op, de zaken gaan gewoon door. Tonny kijkt hem na. Hoewel ze iets voorzichtiger is dan haar man, denkt zij er ook niet aan om te stoppen. ‘Dan stop je en wat dan? Dan kom je achter de geraniums te zitten. En bovendien zou ik daar dan gaan zitten door die overvallers. Dat wil je niet.’ Even wordt ze emotioneel, maar ze vermant zich. Net zoals het echtpaar de afgelopen twee dagen al heeft gedaan.