Edwin Oosterga voelt zich geen held na heldhaftig optreden (interview)

Oldemarkt - ‘Toen hij besefte dat hij in de val zat, kwam hij op mij afgelopen en richtte hij z’n vuurwapen op mij.’ Edwin Oosterga (43) slikt even, terwijl hij onrustig heen en weer schuift op de barkruk van zijn snackbar Het Hof van Holland.

De eigenaar van het gelijknamige restaurant in de Hoofdstraat van Oldemarkt is zichtbaar aangedaan. ‘Als-ie klik had gedaan, dan was het klaar geweest’.

Even terug naar dinsdagochtend. Edwin en zijn vrouw Jessika (37) zijn boven bezig. De kinderen zijn op school, zelf zijn ze druk met de alledaagse bezigheden voor hun restaurant. Dan zien ze twee jongens over het braakliggende terrein achter hun restaurant lopen. Vreemd, vinden ze allebei, en ze bespieden de jongens vanachter het glas.

De twee vreemde snuiters blijken weinig goeds in ’t zin te hebben. Er klinkt gerinkel en geschreeuw bij de juwelierszaak van Henk Vonk, een paar meter verderop. Onmiddellijk beseft Edwin dat het menens is. Zonder nadenken vliegt hij de straat op, achter de overvallers aan. Hij krijgt gezelschap van de twee Urker visboeren Jan Anker (24) en Marco Buter (31), de gewonde juwelier Henk Vonk zelf en een vrouw die het tafereel toevallig ziet gebeuren. Met z’n vijven zetten ze een heldhaftige achtervolging in. Niet zonder gevaar, want het geboefte is gewapend met pistolen.

Zichtbaar aangedaan

In een tuin ter hoogte van ’t Slingerland wordt één overvaller in het nauw gelokt, die, zodra hij beseft dat er geen ontkomen aan is, zijn pistool trekt en het wapen op Edwin en de vrouw richt. ‘Toen doken we allebei opzij. Hij wilde via ons proberen te ontsnappen, denk ik.’ Op dat moment gebeurt alles in een stroomversnelling. Edwin: ‘Hoe het allemaal precies ging, dat weet ik niet meer, maar op een gegeven moment hadden we hem met z’n allen vast.’ De overvaller wordt tegen de grond gewerkt, waarna de toegesnelde politie hem later inrekent.

Een paar uur later zit Edwin wat onrustig op de barkruk van het snackbargedeelte van Het Hof van Holland. Zijn vrouw staat naast hem en klopt hem af en toe op z’n schouders. De kleur begint langzamerhand weer terug te komen op het gelaat van Edwin, hoewel het duidelijk te zien is dat ze allebei zichtbaar zijn aangedaan door het voorval. Edwin: ‘Het begint nu wel te landen’. Tegelijkertijd is er de opluchting dat het allemaal nog goed is afgelopen.

Geen held

Jessika: ‘Toen het gebeurde, vloekte Edwin en vloog hij naar buiten. En daar sta je dan.’ Edwin kijkt zijn vrouw eens aan. ‘Ja, je denkt er eigenlijk niet bij na. Ik had ook niet verwacht dat er gewapende mannen waren.’ Even zwijgen ze. Dan zegt Jessika: ‘Het is toch ongelooflijk. Alle ondernemers in de Hoofdstraat moeten keihard knokken om bestaansrecht te hebben en dan komen een paar van die gekken langs.’

Een held vindt Edwin zichzelf zeker niet. ‘Nee, ik wil helemaal geen held zijn. Ik doe het voor een mede-ondernemer. Ik hoop dat ze mij ook helpen als ik zo’n zelfde situatie terecht kom.’ Zijn blik schiet door de cafetaria. ‘Je hoopt het nooit mee te maken, maar ja. Ik ben benieuwd of ik vannacht de slaap wel kan vatten.’ Dan komen de kinderen thuis. Nietsvermoedend, zwaaiend met meegekregen huiswerk en vertellend over school. Een glimlach krult om de lippen van Edwin. De overvaller die hem eerder die ochtend onder schot hield, zit veilig en wel achter de tralies. Edwin: ‘Allereerst ga ik straks aan het werk.’

Lees ook:
Rumoer in Oldemarkt na gewapende overval (reportage)