Komst geitenhouderij zorgt voor beroering in Boijl

Boijl – De plannen voor een nieuwe geitenhouderij houden de gemoederen in Boijl bezig. Maandag is een handtekeningenactie begonnen, zo meldde Dirk Peters de gemeenteraad.

Aan de Boekelterweg 11 is nu nog een veehouderij van 41,5 hectare gevestigd. Maar een nieuwe eigenaar wil er een geitenhouderij beginnen. Het college bevestigde dat er een vergunningaanvraag is ingediend (omgevingsvergunning). Opvallend is dat het in de aanvraag gaat om het ‘verbouwen en uitbreiden’ van een melkgeitenbedrijf. Zo’n bedrijf zit er nu dus niet, maar een melkrundveehouderijbedrijf.

Het zou volgens Peters gaan om een nieuw bedrijf met bijna 2000 geiten en 80 paarden. En dat bedrijf komt dan volgens hem in bewoond gebied. In een straal van 200 meter bevinden zich tien woningen en drie recreatiebedrijven, zo rekende hij de gemeenteraad voor. Daaronder Natuurterrein Bekhofschans, waarvan Peters sinds 2002 de eigenaar is. Peters vreest dat de grote geitenhouderij financiële gevolgen zal hebben voor zijn bedrijf, dat gasten dus wegblijven. De streek is volgens hem in rep en roer.

Hij wees op alle ellende eerder met de Q-koorts. Q-koorts is een ziekte die van geiten en schapen op mensen wordt overgedragen. Tussen 2007 en 2011 woedde in Nederland de grootste Q-koortsepidemie ter wereld, die in Brabant begon. Volgens deskundigen is bewoning binnen een straal van 1,5 kilometer van een geitenhouderij niet gewenst, zo stelde Peters. Hij wees op de grote kansen die dan mensen zouden hebben op longontstekingen. In 2016 wees onderzoek inderdaad uit dat in Brabant en Limburg per 100.000 inwoners 89 mensen méér een longontsteking hadden dan normaal. Vergunningen voor nieuwe of grotere stallen worden daar geweigerd.

Peters: ‘Met de kennis van nu weten we wat de risico’s van -koorts zijn.’ Onderzoekers willen momenteel weten of mensen die Q-koorts hadden óók vaker corona hebben opgelopen. Een geitenhouder is een goed verdienende boer. De Q-koorts heeft daar niets aan veranderd. Het is ons land de snelst groeiende tak van de intensieve veehouderij. Peters vindt dat zo’n groot bedrijf niet in het Stellingwerfse landschap past. ‘Wij zijn ook een kleinschalig recreatiebedrijf in het coulisselandschap.’ Er zou bij de bestaande boerderij ook nog een nieuwe schuur komen van 100 meter lengte. Dat past volgens Peters ook niet in dat landschap. Hij noemde Friesland de minst verpeste provincie van Nederland, in schril contrast volgens de recreatieondernemer met de dichtgegroeide Randstand en Brabant. ‘We moeten onze omgeving koesteren.’