Mondkapjes zijn nu verplicht: ‘knap lastig’

Wolvega - Het is voor sommigen nog even wennen. Toch maakt bijna niemand een probleem van het sinds deze week verplicht dragen van een mondkapje in winkels. Dat is goed te zien bij Home Center in Wolvega. Zonder problemen zetten de bezoekers hun mondmasker op.

Niet iedereen vindt dat even fijn. ‘Als ik rondloop, krijg ik het benauwd’, zegt Jelle de Jong (82) uit Irsum. De nog zeer vitale oudere is samen met zijn echtgenote Richtje bij Home Center op zoek naar een nieuw vloerkleed.

Ondernemers zitten in een spagaat. Ga je klanten weigeren die geen mondkapje dragen? Het dragen ervan is vanaf dinsdag verplicht in openbare gebouwen zoals winkels, musea, restaurants en theaters.

In het onderwijs (met uitzondering van de basisschool) kun je er ook niet meer onderuit. In de kappersstoel moet niet alleen de klant, maar ook de kapster een kap voor. Hetzelfde geldt voor de leerling en de rij-instructeur. Nieuw is ook dat het dragen van de mondkap verplicht wordt in stations en bij bus- en tramhaltes.

De plicht geldt voor iedereen van 13 jaar en ouder. Wie de regel niet naleeft, riskeert een boete van 95 euro. De spatschermen, sjaals en bandana’s mogen vanaf nu in de kast blijven liggen. Die mogen niet worden gebruikt als alternatief voor een mondkapje.

Knap lastig

‘Knap lastig’, vindt directeur Sikko Kapenga van Home Center de hele mondkapjesplicht. ‘Ik vind het erg moeilijk om te handhaven, want moet je als winkelier, als er iemand naar binnen wil zonder mondkapje, diegene buiten laten staan? Of zeg je: ‘Kom maar binnen’?’

‘Dat zijn wel dilemma’s’, stelt Kapenga. Hij worstelt ermee sinds bekend werd dat er een mondkapjesplicht zou komen. ‘Eigenlijk weet ik het nog steeds niet zeker, maar persoonlijk neig ik ernaar om op de posters op de deuren iets te vermelden dat de sancties die wij eventueel krijgen opgelegd van de overheid, afgewenteld wordt op de bezoeker. ‘Betreden zonder mondkapje op eigen risico’, of zo.’

Maar meer dan de bezoeker erop wijzen, kan en zal Kapenga niet doen. ‘We blijven een winkel, mensen zijn hier als gast. Dus als iemand weigert een mondkapje te dragen: ik zet ‘m niet buiten.’

Plichtsgetrouw

Jelle en Richtje de Jong doen er niet moeilijk over. Zij zetten plichtsgetrouw hun mondkapje op en desinfecteren hun handen. Fijn vinden ze de mondkapjes niet. ‘De bril beslaat’, mopperen ze in koor. ‘Maar we doen maar net of we gek zijn.’

Gezien hun leeftijd behoort het echtpaar tot de risicogroep. Dat weerhoudt ze er niet van de deur uit te gaan. ‘We zijn wel op onze hoede. De kleinkinderen wonen in Zuidholland. Daar gaan we nu niet naar toe. Dat vinden we niet verantwoord.’

Een uitstapje naar Home Center was dat wel. De enige die geen mondkapje opdeed was het hondje QT. Het maltezer leeuwtje zat veilig in de handtas van de bazin. Tot zaken doen kwam het in Wolvega nog niet. ‘We zagen een mooi kleed voor 1700 euro. Daar gaan we nog een nachtje over slapen..’