Schrijversechtpaar eindelijk weer thuis

Het schrijversechtpaar Theo en Marianne Hoogstraaten (dat de feuilleton in deze krant schrijft) uit Elsloo zat door de coronacrisis noodgedwongen in isolatie op hun vakantieadres in Spanje. Nu, na ruim vijf maanden, zijn ze eindelijk weer thuis. Hieronder hun laatste verslag over de allesbehalve relaxte laatste week op La Palma.

Op 15 maart, toen de lockdown in Spanje begon en we ons eigenlijk niet meer mochten verplaatsen, schreven we dat de rit van ons huis aan de kust naar een huis in het noorden een ware thriller was. Achteraf bleek die slechts een mild voorproefje van wat we in de laatste weken doorstonden.

De echte thriller startte ongeveer twee weken voor ons geplande vertrek. Theo werd ziek. ’s Nachts kreeg hij opeens hoge koorts, had hevige hoofdpijn en keelpijn. Dit kon niet waar zijn! We hadden winkels bezocht in Los Llanos, Theo had daar iets gepast in een paskamer. Maar we waren zó voorzichtig geweest, net als iedereen om ons heen. Toch werd zijn toestand snel slechter. Het water droop letterlijk van zijn lijf, droge shirts aantrekken had geen zin meer. Die waren meteen weer doorweekt. Het enige wat hij kon doen was klappertandend op de bank zitten met een groot badlaken om zich heen geslagen. En paracetamol slikken natuurlijk, de maximum toegestane dosis.

Hoesten

De volgende ochtend begon hij te hoesten en kreeg hij pijn op zijn borst. Toen sloeg de paniek in volle hevigheid toe. Wat moesten we doen? We besloten om, zolang hij het niet benauwd kreeg en zich nog een beetje kon redden, geen arts te waarschuwen. Dan werd hij vrijwel zeker meteen naar een ziekenhuis gebracht voor onderzoek. En dan? Ook als het een ‘gewone’ heftige verkoudheid was, zou men daar geen risico nemen en lag quarantaine voor de hand. Weer niet naar huis! Alleen als Marianne ook ziek zou worden, hadden we geen keuze meer. Met z’n tweeën ziek in een afgelegen huis in een bananenplantage aan de oceaan was geen optie. We besloten ook om niets aan het thuisfront te melden, omdat iedereen zich dan alleen maar vreselijk ongerust zou gaan maken.

De volgende dag en nacht bleef de situatie hetzelfde. Theo had gelukkig meer dan voldoende medicijnen voor zijn astma bij zich. Die had Beatriz, de gastvrouw van ons huis in het noorden, bij de plaatselijke farmacia losgekregen met een recept dat onze huisarts in Makkinga aan Theo had gemaild. We hadden gelezen dat corticosteroïden de gevolgen van corona konden afzwakken. Ook al wilden we daar, koppig als we zijn, niet vanuit gaan, het kon toch geen kwaad om extra medicijnen in te nemen. En dus heeft Theo de voorgeschreven dosis verdriedubbeld.

Koorts

Een tweede nacht met hoge koorts, klappertanden en zweten volgde. De volgende ochtend was hij uitgeput, maar de hoest had niet doorgezet en de keelpijn en hoofdpijn waren merkbaar minder. De nacht die volgde zwakte de koorts verder af en hij viel zelfs in slaap. De derde dag geschiedde het wonder: geen koorts meer en de klachten werden snel minder. En Marianne mankeerde nog steeds niets.

Nog een week tot onze vlucht naar Nederland. Dat moest toch haalbaar zijn. Een ding was zeker: we moesten hier weg, zo snel mogelijk. De grenzen gingen per 1 juli open en op 3 juli zou het eerste vliegtuig van Transavia hier landen. Dat toestel moesten we hebben voordat alles hier weer op slot ging vanwege nieuwe uitbraken. Op het Spaanse vasteland waren die er al en de eerste regio’s waren opnieuw in lockdown gegaan.

Stress

Via ons reisbureau lukte het om naar dat toestel om te boeken. Terwijl het met Theo steeds beter ging, kampten we met een nieuwe stress: zou die vlucht werkelijk doorgaan? Wie ging er nu in deze omstandigheden, met alle gezondheidscontroles en risico’s, op vakantie naar een Spaans eiland? Transavia wilde bovendien niet garanderen dat de vlucht zou doorgaan. Hij stond gepland, werd ons desgevraagd verteld, maar kon zelfs op de dag van vertrek nog worden geannuleerd, omdat de omstandigheden en de regels van de overheid op slag konden veranderen. Daar moesten we ons dus op instellen.

Tegelijk met de tickets waren gezondheidsverklaringen meegestuurd. Daarin moesten we aangeven dat we vanaf 24 uur voor de vlucht geen last hadden gehad van hoest, keelpijn, loopneus of koorts. Was dat wel zo, dan was vliegen verboden. In de bijgevoegde toelichting meldde Transavia dat het bij koorts of hoesten geen zin had om naar het vliegveld te komen. Vijf dagen voor de vlucht was Theo volledig hersteld. Hij kon het formulier naar eer en geweten invullen. Spannend was het nu of Marianne klachten ging ontwikkelen. Dat kon zomaar gebeuren, wisten we inmiddels.

En zo verliepen de laatste dagen toch weer in toenemende spanning. Gelukkig was er genoeg afleiding. Twee dagen voor ons vertrek reed onze familie uit Purmerend naar ons huis om de ijskast en de vriezer te vullen en andere boodschappen neer te zetten. Ze zouden ook onze auto meenemen, zodat we met onze eigen auto vanaf Schiphol naar huis konden rijden. Een paar minuten voor hun aankomst belden ze ons op zodat we onze mobiel konden aanzetten en via de camera bij de voordeur hun aankomst konden volgen.

Hun auto reed achteruit onze oprit op. Zwaaiend naar de camera stapten ze uit en deden de achterklep van hun auto open zodat we konden zien wat ze allemaal hadden meegenomen. Kort daarna arriveerde ook Bennie, die al maanden voor ons huis had gezorgd, om ze binnen te laten. Hij had een motormaaier bij zich. Even later zagen we hem via de camera die op de achtertuin is gericht, het gras maaien. Omdat die camera binnen achter het raam is gemonteerd, konden we tegelijk praten met Theo’s zus en zwager, die boodschappen aan het inladen waren. Een onvergetelijke ervaring, zonder stress of spanning deze keer.

Die spanning kwam de volgende dag helaas weer terug. Onze vlucht stond nog steeds op het vluchtschema en vanaf 30 uur voor vertrek konden we online inchecken. Dat zou ons reisbureau voor ons doen en daarna de instapkaarten naar ons mailen. Twee uur nadat kon worden ingecheckt kregen we een telefoontje van Louise van ons reisbureau dat het haar erg speet, maar dat inchecken niet lukte en dat Transavia niet bereikbaar was. Maar ze bleef het voor ons proberen.

Elke tien minuten controleerden we daarna onze mail. Geen instapkaarten. Zou de vlucht toch op het laatste moment worden geannuleerd? We hadden onze autohuur tot 7 juli laten doorlopen en ook ons huis hadden we tot dan gehuurd. Een paar dagen uitstel kon eventueel. Pas veel later in de middag kwam het verlossende telefoontje van Louise. Het was gelukt! De instapkaarten kwamen er aan en alles wees erop dat de vlucht zou doorgaan.

Bij Marianne kwamen de tranen. Op vrijwel hetzelfde moment landde op het vliegveld van La Palma het eerste buitenlandse vliegtuig sinds maanden. Een toestel van Condor, met Duitse toeristen. Onze dag kon niet meer stuk en we stopten de laatste dingen in onze koffers, die al een week half gepakt klaar stonden.

De volgende dag verliep aanvankelijk in een roes. We gingen natuurlijk veel te vroeg naar het vliegveld. Dat bleek vrijwel verlaten. Er zou voor ons vertrek nog een klein vliegtuig uit Tenerife landen. Daarna stond de vlucht van Transavia naar Amsterdam op de lege borden. Op het vliegveld was vrijwel alles gesloten. Alleen uit een automaat kon koffie of een flesje drinken worden gehaald.

Feitelijk was het onzin om nu al met een mondkapje op te gaan lopen. We zouden het de hele vlucht immers nog moeten ophouden. Maar ook al was er vrijwel niemand, er liep wel een man rond om te controleren of de regels niet werden overtreden. Tot onze verbijstering zagen we dat iemand in het kantoortje van Avis achter glas toch een mondmasker droeg. Heel onwerkelijk allemaal, alsof we in een sciencefiction film waren beland.

Onze familie in Nederland had ons al gemeld dat ons toestel uit Amsterdam was vertrokken. Wat kon er nog misgaan? We hadden allebei onze gezondheidsverklaringen ingevuld en voelden ons goed. Het was alleen benauwend warm en we zweetten omdat we met onze koffers liepen te slepen. Hoe zou dat uitpakken als straks onze temperatuur werd gemeten? Geen risico’s meer! En dus slikten we een paracetamol een uur voordat we naar de incheckbalie liepen. Normaal gesproken stond daar twee uur voor vertrek al een lange rij. Nu slechts één man met alleen handbagage.

In de verlaten vertrekhal zochten we een plekje met uitzicht op de landingsbaan om het langverwachte vliegtuig te zien landen. Toen dat, iets vroeger dan gepland, ook gebeurde, voelden we een ongekende opluchting. Hier hadden we maanden op gewacht.

De terugvlucht was onwerkelijk en bizar. Er zaten uiteindelijk 20 passagiers in het toestel. Een stewardess vertelde dat normaal gesproken voor zo weinig mensen echt niet gevlogen werd. Op de heenvlucht zaten er 130 passagiers in het toestel, ook een veel te lage bezetting. Maar omdat dit de eerste vlucht was in maanden en er toch een keer moest worden opgestart… Er was geen rekenmeester voor nodig om te begrijpen dat op deze vlucht flink verlies werd geleden, en dat komende vluchten alleen al daardoor allesbehalve zeker waren.

Taxieden

De landing op Schiphol was een ware bevrijding. We taxieden langs parkeerplaatsen stampvol met KLM-toestellen, van sommige de motoren nog ingepakt. De treurigheid ervan drong niet echt tot ons door. Zelfs toen onze familie ons met bloemen en een ‘welkom thuis’ bord begroette, beseften we nog nauwelijks dat we eindelijk thuis waren. Dat besef begint nu pas te komen, zeker nu nog meer regio’s in Spanje, waaronder een groot gebied bij Barcelona, weer in lockdown zijn gegaan en België het reisadvies voor Spanje zojuist op oranje heeft gezet. En ook het besef dat we het zonder de hulp en de steun van Anna, Bennie, Alie, Jan en iedereen die meeleefde, niet hadden gered.