Liefhebberij: Harm weet alles over bloemetjes en bijtjes

Wolvega – Meestal vertellen mensen niet heel vaak over de bloemetjes en de bijtjes. In het geval van Harm Smid (72) uit Wolvega is dat anders: het is voor hem een passie, die niet ophoudt bij alleen observeren.

Het is juni, bewolkt met af en toe een buitje, perfect weer voor de bij, weet Smid. In zijn tuin vliegen ze heen en weer, de duizenden bevleugelde insecten die hij houdt. Samen met zijn vrouw, Sjoerdje, creëerde de bijenliefhebber een walhalla voor de bij, een zee van struiken en planten staat er in hun voor- en achtertuin. Het grootste gedeelte daarvan staat nu in bloei. Van de ooievaarsbek hebben ze er zelfs zes soorten staan. ‘Bijen zijn er gek op. We hebben bewust gekozen om alleen maar enkelbloemige gewassen te planten. Geen gekweekte soorten, daarvan is de ingang vaak te nauw. Je ziet het, ze zijn volop in productie. De nectar, het stuifmeel en het water, waar ook een partij van in de tuin ligt, worden door de insecten volop aangesleept.’

Slow motion

In de tuin staan vier kasten met elk een volk van veertig- tot vijftigduizend bijen. Het krioelt er van, ‘maar steken doen ze je amper’. De hobby-imker: ‘Zolang je niet om je heen begint te slaan, doen ze je nagenoeg niks. Als imker doe je alles in slow motion.’ Zolang ze zich niet bedreigd voelen, gebeurt er weinig. Toch gebeurt het de liefhebber nog wel eens geprikt te worden. ‘Niet heel vaak hoor, gemiddeld minder dan één keer per week’, laat hij weten. ‘Je went eraan. Het begint akelig te worden als ze je op je hoofd steken.’ Ook Sjoerdje weet daar alles van: ‘De neus of om je oog is het minst. Dan gaat het helemaal dicht zitten. Mijn man overkwam dat enkele malen.’ Hij hijst zich daarom meestal in zijn imkerspak mocht hij in de kasten willen kijken. Dat doet hij om te kijken hoe het staat met de honingraten. ‘Vaak doe ik dat niet, dan raken ze gestrest en worden ze vijandiger.’

Rust

Veel liever zit Smid naast de vliegplank, waar de bijen opstijgen en neerdalen om de kast in en uit te kunnen. ‘Het observeren geeft me veel rust. Ik kijk dan naar wat ze hebben meegebracht.’ Harm kan precies herleiden welke bij waar is geweest. ‘Dat zie ik aan wat ze hebben meegebracht. Donkerrood stuifmeel is afkomstig van een kastanje, felgeel hoort bij een paardenbloem en lichtgeel stuifmeel is dat van een Wilg.’ De bijen vliegen vanaf hun kast maximaal tot drie kilometer ver, ‘dus ze bevliegen heel Wolvega’. ‘Je leert heel wat bij zo door de jaren heen’, duidt Smid.

Tien volken

Liefst veertig jaar beoefent hij zijn hobby inmiddels. Een collega basisschooldocent stond aan de wieg ervan. ‘Haar vader hield bijen. Dat leek mij, als natuurliefhebber, ook interessant.’ En zo kwam het dat de Wolvegaster in 1980 een cursus volgde aan de landbouwschool. Een vervolgcursus plakte hij daar meteen achteraan en door een mentor werd hij vervolgens begeleid bij het houden van zijn eerste volkje. ‘En zo heb je tien volken.’ Oftewel een half miljoen bijen. ‘Allemaal bij naam ken ik ze niet hoor.’ Zes kasten staan op andere plekken in Weststellingwerf. ‘In de Lindevallei bijvoorbeeld’, vertelt de hobbyist. ‘Zodra de Wilg daar in bloei staat, plaats ik er meerdere kasten.’ Dat doet hij ook in Oost-Groningen als de koolzaadvelden er geel kleuren. ‘En daarna staan de tuinen in Wolvega in bloei en haal ik ze terug. Ook in mijn volkstuin in Wolvega kom ik de beestjes met regelmaat tegen.’

Schiermonnikoog

Met de trein – geen grap – krijgt de imker zijn koninginnen aangeleverd. ‘Via het station van Wolvega reist iemand op een van tevoren afgesproken datum heel Nederland door om de honderden koninginnen af te leveren. Dat is een speciaal bijenras dat op Schiermonnikoog gekweekt wordt.’ Een volledig zuiver ras. Voor zo’n koningin van het Carnica-ras betaal ik ongeveer dertig euro, waarna ik weer jaren vooruit kan.’ Na verloop van tijd vertroebelt het ras. De eerste, de koningin wordt ook wel F-0 genoemd, haar eerste leg zijn F-1 bijen. Daarna volgen de F-2’s, de F-3’s en F-4’s. Meestal na de F-5 vervang ik de koningin. Niet omdat de honing of de opbrengst ervan minder wordt, de bijen worden agressiever. Moet je nagaan hoe het is als je F-16’s om je woning hebt vliegen’, grapt de oud-leraar.

Vogelwacht

Op de basisschool vertelde Smid met regelmaat over de natuur en over zijn passie. ‘Want eigenlijk zijn niet alleen bijen mijn hobby, ik interesseer mij voor de natuur in het algemeen.’ Naast het imkeren, houdt de natuurman zich als lid van vogelwacht Wolvega en omstreken bezig met de nazorg van weidevogels, ook oeverzwaluwen gunt hij een veilige plek om te nestelen door de zwaluwwand in Wolvega te beheren. Gezien zijn leeftijd is het zijn bedoeling het aantal kasten van tien terug te brengen naar ‘ongeveer vijf’. Makkelijk gaat dat echter niet. ‘Ik ben al een jaar bezig om er wat meer afstand van te doen, maar het lukt me niet’, zegt de dierenvriend.