NiekHoort
Door Niek van der Oord

Column: Politie en het nieuws

In het algemeen heb ik veel waardering voor de Nederlandse politie. Handhaven in deze crisistijden geeft hun toch al niet eenvoudige werk een extra dimensie.

De demonstratie tegen racisme in Amsterdam maakte op tweede pinksterdag veel los. Toen ik de eerste beelden van de drukte zag, was ik boos. Hoe kan dat in deze coronatijden?

Na de uitleg van burgemeester Halsema ’s avonds begreep ik het enigszins. Hardhandig ingrijpen van de politie had tot veel meer verontwaardiging geleid. Het is in deze verwarrende tijden blijkbaar vaak moeilijk eenduidig te handhaven.

In Weststellingwerf kregen we van de politie kort na Hemelvaartsdag de melding dat negen jongeren ’s avonds bij de Spokeplas in Noordwolde waren beboet. Zij hadden de corona-regels geschonden. De boetes liepen op tot 390 euro per persoon.

Dat kwam de politie op sociale media op veel kritiek te staan. Toch deden de agenten niets anders dan handhaven. De manier waarop sommigen vervolgens op sociale media van hun afkeuring blijk gaven, ging alle perken te buiten.

Als politieagent doe je het bij veel mensen niet gauw goed. Wie wordt bekeurd, heeft de smoor in. De wetsdienaren krijgen veel op hun brood. Beroepshalve heb ik mij in ruim 40 jaar slechts twee keer flink geërgerd aan de opstelling van de politie.

De eerste keer was lang geleden op een locatie in Noordwolde waar vermoedelijk gestolen voertuigen uit een loods werden gehaald. De auto’s werden onder het toeziend oog van de politie op een dieplader gezet en afgevoerd. Ik wilde daar vanaf de straat foto’s van maken. Voor ik er erg in had, sloeg iemand de camera voor mijn gezicht weg.

Het was een briesende man die me bedreigde als ik het lef had foto’s te maken en die in de krant zou publiceren. Een op slechts enkele meters afstand staande agent sloeg het weinig verheffende tafereel gaande, maar greep niet in. Ik voelde me flink geïntimideerd en zeker niet gesteund door de politie. Later heb ik mijn gevoelens bij leidinggevenden in het politieapparaat kenbaar gemaakt. Daar werd lauw op gereageerd.

De tweede keer had te maken met de moord op Marinus Ooms in Haulerwijk. Er kwam een betrouwbaar lijkende tip binnen dat de politie voor deze geruchtmakende zaak een verdachte had opgepakt. Ook de naam van de arrestant werd gemeld.

Kort voor de deadline van onze krant, belde ik de afdeling communicatie van de politie en vroeg of onze wetenschap juist was. De woordvoerder van de politie ontkende in alle toonaarden dat er een verdachte was aangehouden. Het gevolg was dat wij niets publiceerden.

Enkele dagen later kwam naar buiten dat er wel degelijk iemand was aangehouden. Die man werd uiteindelijk ook voor de moord veroordeeld. Toen ik de politie met hun leugen confronteerde, putte men zich uit in excuses. In het belang van het onderzoek kon de waarheid op het moment dat ik belde, niet worden verteld.

Om mijn gevoel van onbehagen weg te nemen, kreeg ik enkele weken later zelfs bezoek van twee bij de zaak betrokken politiemensen die hun excuses ook nog eens persoonlijk wilden overbrengen. De man die de ontkenning had gedaan, werd later persvoorlichter in Weststellingwerf. Bij zijn sollicitatie werd gevraagd of hij tegenover de media weleens loog. Hij kon zich een keer herinneren: in de zaak Marinus Ooms.

In de beginjaren dat ik bij de krant werkte, gingen we een keer per week naar het plaatselijke politiebureau en kregen dan inzage in het politierapport. Daarna waren er lokale politiemensen die ons van de berichten voorzagen.

Dat werd na verloop van tijd aan banden gelegd. Alle perscontacten moesten via de afdeling communicatie in Groningen verlopen. Gelukkig bleken teamchefs in de Stellingwerven later toch weer bereid om ons van lokale berichten te voorzien.

Het melden van een inbraak of aanrijding is op de lokale schaal van onze kranten van belang. Van de betreffende leveranciers weet ik ook dat het publiceren in onze kranten de politie af en toe nuttige tips oplevert. Een winwin-situatie lijkt me.

Helaas krijgen we sinds vorig jaar lokaal geen aanvoer meer van de politie in Ooststellingwerf. Het is dus niet zo dat hier minder wordt ingebroken, er bijna geen aanrijdingen meer zijn of dat niemand overlast veroorzaakt. Maar om het te kunnen melden is de redactie voor een groot deel afhankelijk van de bereidwilligheid van de politie. Horen we het niet van hen, kunnen we het helaas te vaak niet melden.