Fochteloërveen is een zegen voor de kraanvogel

De stilte en de grootte van het Fochteloërveen zijn een zegen voor de kraanvogel. Door goede handhaving van Natuurmonumenten worden er steeds meer kraanvogels aangetroffen in het hoogveengebied.

Het Fochteloërveen lijkt erg geliefd bij de vogels die jaarlijks van Scandinavië naar Spanje trekken. Ze kunnen overal broeden, maar kiezen ervoor om dat in specifiek dit stukje Nederland te doen. Met uitgestrekte vleugels ‘baltsen’ ze om elkaar heen en springen daarbij soms meters de lucht in. Het is indrukwekkend om naar te kijken en luisteren. Dat kan vanuit de vogelkijkhut aan de enige weg door het natuurgebied of vanaf de 18-meter hoge uitkijktoren De Zeven.

Tot aan de horizon; veen, veen en nog eens veen. Het Fochteloërveen is één van de laatste gebieden met hoogveen in West-Europa. Door het uitgestrekte en bijzondere stiltegebied lopen een aantal wandel- en fietspaden.

Het scheelde weinig of het hoogveengebied was, net als andere veengebieden, verdwenen. Er werd op grote schaal veen afgegraven om tot turf te drogen. Dit was al vanaf de zeventiende eeuw de belangrijkste brandstof. Het werd op grote schaal gewonnen en stilletjes verdween het veen. De plekken waar veen weggehaald werd is later ondergelopen met water. Vanaf de uitkijktoren is dit goed waarneembaar. De grote plassen water in het gebied zijn de plekken die uitgestoken zijn voor de brandstof. Het was voor Natuurmonumenten reden om in 1938 de eerste 200 hectare in het Fochteloërveen aan te kopen. Het kwetsbare hoogveen werd veiliggesteld. Rijdend over de klinkerweg is op het Compagnonsveld ook zo’n grote waterplas te zien.

Voor de natuurliefhebber die ook graag even een stuk loopt; Het Compagnonsveld is een 6,6 kilometer lange wandeltocht door het gebied, op de wandelroute De Bonghaar, die dwars door het veengebied voert, zijn de trillingen van het veen duidelijk waarneembaar.