Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Kramsvogel

​Mijn allereerste column over de natuur verscheen op 16 maart 2005.

Kort daarvoor had ik van Trea ten Kate en Rianne Wigger het verzoek gekregen of ik een bijdrage wilde leveren voor ”de Koegang”. Dit is de naam van het dorpsblad uit mijn woonplaats Koekange, dat de beide dames in dat jaar nieuw leven in wilden blazen. Een aantal jaren daarvoor was dit blad een stille dood gestorven. Toch meenden ze dat er een markt voor is, mede dankzij de advertenties van de lokale middenstand. “Ik wil wel een stukje schrijven over de natuur,” was mijn antwoord op hun verzoek. Enigszins hopende dat ze daar geen behoefte aan zouden hebben. Geheel onverwachts stemden beide dames in met mijn voorstel.

Toen moest ik een onderwerp bedenken. Door de strenge, winterse omstandigheden in de eerste twee weken van maart in dat jaar kwam het onderwerp min of meer vanzelf voorbij. Of moet ik zeggen voorbijvliegen, want het onderwerp van mijn eerste column ging over de kramsvogel.

Doordat in die twee weken veel sneeuw was gevallen, kwamen veel kramsvogels bij verschillende dorpsgenoten in hun tuinen. Daar genoten ze van de achtergebleven bessen aan de struiken. Normaal gesproken verblijven deze wintergasten uit het Hoge Noorden langs en op velden en akkers. Echter, als sneeuw dat soort gebieden bedekt, trekken ze noodgedwongen de bebouwing in. Dan zijn deze lijsterachtige vogels goed zichtbaar voor personen, die ze normaal gesproken niet of nauwelijks te zien krijgen. Niet dat kramsvogels zeldzaam zijn, in de winter komen ze in aanzienlijke zwermen onze kant op. Regelmatig in gezelschap van groepen koperwieken, een andere lijsterachtige wintergast.

De kramsvogel lijkt wel wat op de zanglijster en de grote lijster, twee lijsterachtigen die gewoonlijk in ons land broeden. Het verschil zit hem vooral in zijn tekening, hij heeft een grijze kop, bruine vleugels en een zwaar getekende borst met een oranje-gele tint. Met een lengte van ongeveer 25 centimeter en een spanwijdte van 40 centimeter is hij net iets groter dan de merel.

Als wintergast komt de kramsvogel zeer algemeen voor in ons land. Toch broedt hij wel in ons land, al is het slechts met enkele tientallen broedparen. In het Hoge Noorden broedt hij in een zogenaamd los kolonieverband. Dat wil zeggen dat er meerdere broedparen dicht bij elkaar zitten. Voornamelijk om elkaar beter te beschermen. Ze vertonen daarbij een heel bijzonder gedrag. Zodra er een belager langskomt, zoals een kraai of een roofvogel, dan vliegen ze gezamenlijk op die belager af en proberen hem met hun uitwerpselen te bestoken. Met een besmeurd verenkleed kan de belager lastig vliegen en kiest derhalve het hazenpad. Figuurlijk gezien is de kramsvogel is dus absoluut geen schijtlijster. Letterlijk gezien natuurlijk wel.

Overigens is door de zachte winter van dit jaar het aantal overwinterende kramsvogels aanzienlijk lager. Ze blijven namelijk veel meer in de noordelijke streken hangen.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)