Overpeinzing.
Door de Stellingwerver kerkgemeenschap

Onmachtige God

Vanwege onze aanstaande verhuizing versleepte ik een doos boeken waarop stond: Bonhoeffer. Zo’n veertig jaar geleden heb ik veel van en over hem gelezen.

Momenteel, nu herdacht wordt dat hij 75 jaar geleden door de nazi’s werd opgehangen, is er volop aandacht voor deze Duitse theoloog die betrokken was bij de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944.
Een tekst die mij het sterkst is bijgebleven is die uit een brief van vier dagen vóór die aanslag, waarin hij aan zijn vriend Eberhard Bethge schrijft “dat we in de wereld moeten leven, etsi deus non daretur” (= alsof God niet bestaat). Dit zinnetje intrigeerde me toen al en het houdt me nog steeds bezig. Even verderop: “God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. (…) Het religieuze in de mensen verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden.”
Ook schreef Bonhoeffer: “Je wordt geen christen  door religieus te handelen, maar door, levend in de wereld, te delen in Gods lijden.” In een gedicht had hij die gedachte ook al geuit: Een christen staat naast God in al zijn lijden.
Volgens Bonhoeffer is God niet machtig maar juist onmachtig. En velen maar denken dat Hij alles kan en alles bestuurt. Niet dus, volgens Bonhoeffer: “Onze verhouding tot God is een nieuw leven, gericht op het 'er zijn voor anderen', deelnemend aan het bestaan van Jezus." God is voor Bonhoeffer niet het hoogste denkbare, machtigste, verhevenste wezen. Want zo’n wezen bestaat niet. Volgens hem kun je God alleen vinden in Jezus, de  Christus. Persoonlijk vind ik het mooiste citaat van Bonhoeffer nog: “Jezus roept ons niet tot een nieuwe religie, maar tot een nieuw leven in hem.”
In deze 40-dagentijd staan we stil bij het lijden van die Jezus aan het verkeerde, aan dat wat niét goed is in de wereld, en horen we ons wat mij betreft te bezinnen op het lijden om ons heen.

Jan Koops