Mountainbiketocht SCO trekt veel deelnemers

Oldeholtpade - Meer dan 500 mountainbikers gingen zondag van start bij de mountainbiketocht van korfbalvereniging SCO uit Oldeholtpade. De deelnemers hadden keus uit drie afstanden: 23, 35 of 50 kilometer.

Honderd ouders met kinderen gingen van start op de kortste afstand. De 35 kilometer trok zo’n 250 enthousiastelingen en voor de langste afstand hadden 200 fietsers zich gemeld.

‘Een groepje enthousiaste korfballers dat ook voor de lol op de mountainbike zit, is er destijds mee begonnen. De fietsers hadden het idee om een keer een tocht te organiseren voor leden en andere geïnteresseerden’, zegt Arne Strampel, bestuurslid van k.v. SCO.

‘Niet durven dromen’

Aan die eerste editie in 2013 deden zo’n 35 mountainbikers mee. ‘Dat is uitgegroeid tot nu bijna 500 deelnemers. Dat het zo groot zou worden, hadden we niet durven dromen.’

Halloween

Er is ook een tocht bij gekomen. Sinds 2015 organiseert de korfbalvereniging ook een mountainbiketocht rond Halloween. ‘Die is in het donker.’

De tocht, die elke derde zondag van januari wordt georganiseerd, trekt ook deelnemers van buiten de Noordelijke provincies. ‘Wat aantrekt is de omgeving hier.’ De routes lopen door de omliggende bossen en dorpen van Oldeholtpade.

Over die routes vertelt Jan Dikken, van de organisatie, dat een nieuw element dit jaar was, dat de mountainbikers richting Oldeberkoop en Vledderveen gingen. ‘Die plaatsen hadden we nog niet eerder aangedaan.’

‘Voorheen fietsten we ook wel door boerderijen en gebouwen, maar die elementen hebben we nu in de Halloweeneditie gestopt.’

Staatsbosbeheer

Oorspronkelijk was het idee om de route achter de Tjonger langs uit te zetten, maar dat is een stiltegebied. ‘Dat mocht dus niet. Toen we Staatsbosbeheer voorstelden om dan langs Oldeberkoop te gaan, werkten ze gelijk mee. Daar zijn we erg blij mee. Het was een uitdaging om toestemming te krijgen, maar Staatsbosbeheer en It Fryske Gea hebben goed medewerking verleend. Dat waarderen we. Het is fijn dat we elkaar helpen en het zo samen kunnen doen’, aldus Dikken.