Rechtvaardig
Door Eerde de Vries

Waarom dat wetboek?

Dit weekend las ik een interview met Nora Streep, “executive manager” van het gezamenlijk opleidingsinstituut van, zeg maar, “de Zuidas” advocatenkantoren.

Om advocaat te kunnen worden moeten juristen na een universitaire studie nog een drie jarige beroepsopleiding volgen, gedeeltelijk  “on the job”. Als representant van “de Zuidas” kent Nora Streep de ethische dilemma’s van de jonge onervaren stagiaires op een groot internationaal werkend kantoor als geen ander. “Hoe ver reikt jouw ethische verantwoordelijkheid op het moment dat je een heel klein radertje bent in een hele grote transactie?”. Schrijver en jurist Roxane van Iperen, ook afkomstig van een Zuidas-kantoor, formuleerde dat dilemma in een interview als volgt: “We leren onze kinderen dat ze niet mogen liegen, niet vals mogen spelen, hun snoep moeten delen, niet mogen vreemdgaan, en vervolgens gaan we naar kantoor en hangen we die individuele moraal aan de kapstok. We nemen een systeemmoraal aan die niets meer te maken heeft met wie wij als mens zijn. Iemand kan naar de kerk gaan en ondertussen woekerhypotheken aan bijstandsmoeders verkopen.”

Daarom streeft Nora Streep er met haar (Zuidas-)opleidingsinstituut naar de toekomstige advocaten te doordrenken van een bepaald ethisch besef.

Zij beëindigt het interview met een citaat van een groot rechtsgeleerde, Pitlo (1901-1987) die zei: “Je kunt het hele Burgerlijk Wetboek samenvatten met “Gedraag je nou eens fatsoenlijk.” De rechtspraak geeft hem meer en meer gelijk. In 1919 al oordeelde ons hoogste rechtscollege in dat arrest waar we onlangs het 100-jarig bestaan van vierde: het Lindenbaum/Cohen arrest (zie Google), dat er naast de rechtsplichten vastgelegd in wetten en overeenkomsten er ook nog rechtsplichten bestaan die voortvloeien uit algemene eisen van zorgvuldigheid en uit “eisen van maatschappelijke betamelijkheid”. Dat laatste begrip  komt wel heel dicht bij dat fatsoen van Pitlo. Met een uitspraak uit  1957 wordt die fatsoensnorm nog aangevuld met de norm dat je je gedrag mede moet laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij, de ander, een zorgplicht dus.

En omdat we tegen de Kerst aanlopen gooi ik er dan toch nog maar die “tegelwijsheid” in die de schrijver Marcel Möring zo mooi, “het O, Denneboom van de filosofie” noemt.  Die gulden regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Recht zo die gaat!