Overpeinzing.
Door de Stellingwerver kerkgemeenschap

Juf

Het is gebruikelijk dat je als voorganger van een kerkdienst na afloop bij de uitgang staat en met een handdruk de kerkgangers nog even groet voordat ze weer naar huis gaan.

Soms krijg je een korte reactie op de dienst: men laat weten dat een bepaald lied indruk heeft gemaakt of dat een passage uit de overdenking hem of haar zeer heeft aangesproken.

Onlangs raakte ik zo, na een kerkdienst ergens in ons mooie Stellingwerver land, kort in gesprek met een van de kinderen. De vakantieperiode was net afgelopen en ze zit nu in groep acht van de basisschool. Op mijn vraag of ze al wist wat ze later zou willen worden antwoordde ze met glimmende ogen: ‘Juf zijn, dat lijkt me wel leuk!’ Mijn reactie was dat het waarschijnlijk fijn zou worden bij haar in de klas. ‘Je hebt namelijk een open en vrolijke uitstraling’, voegde ik er aan toe. Omdat andere mensen me ook de hand wilden geven bleef het bij deze korte conversatie.

Maar op de terugweg naar huis overviel me een licht gevoel van verwarring. Had ik er wel goed aan gedaan haar de vraag te stellen wat ze later zou willen worden? Of eigenlijk: had ik die vraag niet anders moeten formuleren? Want vragen wat iemand later wil worden kan de indruk wekken dat je er van uitgaat dat iemand nu nog niets is. En dat is wel het laatste dat ik bij dit meisje zou willen suggereren. Ze is namelijk heel veel: dochter van, zusje van, kleindochter van, vriendin van, buurmeisje van, leerlinge van, enzovoort. Misschien is ze wel muzikaal en kan ze goed zingen of een instrument bespelen. Of ze is creatief en maakt mooie tekeningen of zo. Ze schrijft wellicht leuke verhalen in een dagboekje. Dus overviel me plots de gedachte: Ze hoeft niks te worden! Ze is al heel veel! Door wie ze nú is heeft ze al een hele positieve invloed op haar omgeving, in elk geval op mij.
Dus zonder het te beseffen heeft ze me nu als (kleine) juf al wat geleerd: Je hoeft niks te worden. Je bént al heel wat!!

Jan Koops