Open brief: 'Stop op stikstofuitstoot door olie- en gasbedrijven'

In een open brief aan Johan Remkes, voorzitter van het adviescollege Stikstofproblematiek, zijn verschillende partijen voor het instellen van een stop op stikstofuitstoot door olie- en gasbedrijven.

Eerst moet de natuur voldoende beschermd zijn tegen mogelijke gevolgen van boringen. Hierin moet de overheid de regie nemen, zo vinden de inzenders van de brief die onder meer ondertekend door Milieudefensie afdeling Westerveld, Stichting Tsjingas en de directeuren van Milieudefensie en de Waddenvereniging.

Aanleiding is een recente uitspraak van het ministerie van Landbouw, Natuur en Milieu over voorgenomen gasboringen door het Canadese bedrijf Vermilion aan de rand van het Drents-Friese Wold. Milieudefensie afdeling Westerveld ontdekte dat Vermilion de natuurvergunning niet op orde had. Bovendien bleken er geen goede berekeningen te zijn gemaakt met betrekking tot stikstofuitstoot. Het ministerie blokkeerde daarop de boringen.

Deze uitspraak kwam op de valreep - Vermilion stond op het punt om met de werkzaamheden in Noordwolde te beginnen - en maakte volgens de inzenders twee punten duidelijk: ‘Ten eerste dat deze overtreding zichtbaar wordt door de oplettendheid en inzet van burgers’, zo valt in het schrijven te lezen.

Het tweede aspect is volgens hen dat het risico op stikstofuitstoot door gaswinningsactiviteiten in beschermde natuurgebieden voor het eerst wordt erkend. De inzenders van de brief noemen het ‘betreurenswaardig dat Vermilion, maar ook de landelijke overheid daar tot nu toe geen oog voor hadden’.

De ondertekenaars willen dat de regie duidelijker in handen wordt genomen. Om deze bij de olie- en gaswinners neer te leggen, vinden zij geen optie. ‘De overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nakomen en pro-actief aan de slag gaan.’

Zij roepen daarom op tot een nationaal moratorium. ‘Maak pas op de plaats en bevries alle activiteiten van olie- en gaswinningsbedrijven die leiden tot stikstofuitstoot tot de natuur aantoonbaar voldoende beschermd is’, zo luidt de afsluiting van de brief aan Remkes.