‘Kwaliteit van vergunningverlening is door samenwerking niet verbeterd’

Wolvega - Uit onderzoek van de drie rekenkamercommissies blijkt dat de wijze waarop aanvragen voor vergunningen worden beoordeeld en behandeld, niet echt is veranderd ten opzichte van de situatie voordat de OWO-gemeenten gingen samenwerken.

In zoverre heeft de samenwerking niet tot kwaliteitsverbetering geleid. Na vier jaar zijn nog geen gegevens beschikbaar waaruit afgeleid kan worden dat en in welk mate de vier doelen (kwaliteit verbeteren, minder kosten, kwetsbaarheid verminderen en de dienstverlening en klanttevredenheid optimaliseren) worden gehaald. De afdeling vergunningsverlening is niet zo bezig is met deze vier doelen.

Eigen cultuur

Elke gemeente houdt vast aan haar eigen beleid en werkwijze. Het feit dat de gemeenten ieder hun eigen beleid vaststellen en een eigen cultuur hebben, heeft invloed op de doelmatigheid van vergunningverlening. In grote lijnen werken medewerkers voor hun ‘eigen’ gemeente waardoor de beleidskennis die nodig is bij behandeling van met name de complexere aanvragen grotendeels persoonsgebonden is. De laatste maanden vindt meer variatie plaats in die zin dat medewerkers die doorgaans voor een bepaalde gemeente werken, ook vergunningaanvragen voor (één van) de andere gemeenten afhandelen.

KCC

Bij het Publiekscentrum van Opsterland is meer kennis over vergunningverlening aanwezig, waardoor het klantencontactcentrum (KCC) zelfstandig eenvoudige aanvragen kan afhandelen. De KCC’s van Ooststellingwerf en Weststellingwerf lukt dat niet, omdat daarvoor geen of onvoldoende kennis bij de medewerkers aanwezig is. Daarnaast gebeurt het regelmatig dat een KCC een vraag, die zij zelf zou moeten afhandelen, neerlegt bij één andere afdelingen.

Beleid

De OWO-gemeenten beschikken niet over beleid waarin de kwaliteit van de vergunningverlening is geregeld. De drie gemeenten voldoen hierdoor niet aan de landelijk geldende wet- en regelgeving. Ondanks dat de drie gemeenten samenwerken, stellen ze ieder hun eigen ruimtelijke beleid vast. Hierdoor zijn er beleidsverschillen die doorwerken in het vergunningverleningsproces. De belangrijkste verschillen doen zich voor bij bestemmingsplannen, de APV’s en het welstandsbeleid.

De OWO-gemeenten verlenen vergunningen op hoofdlijnen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend. De inhoudelijke toetsing vindt plaats in overeenstemming met landelijke en gemeentelijke regelgeving. De wettelijke termijnen voor de reguliere aanvragen worden gemiddeld altijd wel gehaald. Daarentegen aanvragen die de uitgebreide procedure doorlopen worden gemiddeld altijd buiten de termijn afgehandeld. Het aantal juridische procedures is echter gering. Uit casestudy’s onder 14 vergunningaanvragers blijkt een redelijke mate van tevredenheid: drie waren erg tevreden, drie ontevreden en acht matig tevreden. De helft van de ondervraagden vond de snelheid van de afhandeling te laag.

De rekenkamercommissies raden de OWO-gemeenten aan na te gaan of de werkwijze van vergunningverlening gelijk kan worden getrokken.