Overpeinzing.
Door de Stellingwerver kerkgemeenschap

Loslaten

Onlangs is onze oudste 18 geworden. Zijn kindertijd is omgevlogen. Langzamerhand zie je je kinderen steeds zelfstandiger worden en hun eigen keuzes maken.

Dat is ook goed, maar het is wel even slikken als ze voor het eerst zelf op vakantie gaan, zelf de auto mee kunnen nemen, een kamer gaan zoeken… Als ouder moet je je kind steeds meer loslaten en vertrouwen dat ze dingen zelf kunnen doen. Als het goed is, hebben ze ook van je geleerd wat ze moeten weten en weten ze ook dat ze altijd bij je terecht kunnen.

Zo is het denk ik ook bij God. Hij houdt van ons als zijn kinderen, maar Hij geeft ons ook de vrijheid om onze eigen keuzes te maken. Hij geeft ons de vrijheid om op zijn liefde te antwoorden. Net als ouders hopen dat hun kinderen contact met hen zullen onderhouden en dat de relatie met de kinderen goed blijft, zo hoopt ook God dat wij in relatie met Hem blijven. We kunnen altijd bij Hem terecht.

Hoe komt het dan dat wij soms niet merken dat God er is? Deze vraag is moeilijk te beantwoorden en er kunnen ook verschillende oorzaken zijn. Maar één van de redenen wordt mooi weergegeven door een oud Joods verhaal over een leerling die die vraag stelt aan een Joodse rabbi. De rabbi antwoordt dan: “Als een vader zijn zoontje wil leren lopen, zet hij hem eerst voor zich neer en houdt zijn eigen handen aan twee kanten dichtbij hem, zodat hij niet valt en zo loopt de jongen tussen vaders handen naar zijn vader toe. Maar zodra hij dichtbij de vader komt, trekt die zich een beetje terug en houdt de handen verder uit elkaar en zo maar door om het kind te leren lopen.” Ook God laat uit liefde zijn kinderen los, zodat ze zelf leren lopen. God hoopt dat mensen uit zichzelf naar Hem toekomen. Liefde laat zich niet dwingen. Liefde vertrouwt. In vertrouwen op God laat ik mijn kinderen steeds meer los. Ook ik hoop dat mijn kinderen de weg naar huis altijd zullen weten te vinden.

Ds. Mirna Visschers, Protestantse Gemeente Wolvega