Overpeinzing.
Door de Stellingwerver kerkgemeenschap

Altijd!

Het is nu zo’n twee weken na Pasen en over enkele weken is het Pinksteren. Voor de meeste mensen een paar extra vrije dagen, maar voor christenen zijn het ook belangrijke feesten.

Voor als u het niet meer weet: op Goede Vrijdag vieren, of herdenken, we dat Jezus stierf aan het kruis. Met Pasen vieren we dat Hij weer levend werd. Waarom moest Jezus dan eigenlijk sterven? Voor onze zonden, kort gezegd. Maar als we een preciezer antwoord willen, moeten we een exotisch tripje maken naar het Palestina van 3000 jaar geleden. Daar openbaarde God aan Zijn volk Israël Zijn wetten en bepalingen, want God wilde hen laten zien hoe ze Hem moesten aanbidden en wat goed en slecht is. Ook liet God zien hoe ze een tempel, genaamd de tabernakel, moesten bouwen voor Hem, zodat Hij altijd bij Zijn volk kon zijn. Als iemand de tempel in wilde gaan, moest er wel eerst een dier geofferd worden. Ook mocht niemand in het binnenste gedeelte, het Heilige der Heiligen genaamd, komen van de tempel, behalve de hogepriester; hij mocht één keer per jaar daar naar binnen gaan, waar God zelf was. Het Heilige der Heilige was gescheiden met de rest van de tempel met een groot kleed: het voorhangsel. Al deze wetten staan opgeschreven in de eerste vijf boeken van de Bijbel, die daarom ook wel ‘De Wet’ wordt genoemd. En wat heeft dit nou allemaal met Pasen te maken? Nou, in plaats van altijd maar dieren te offeren voor onze fouten, werd Gods Zoon Jezus geofferd, hoewel Hij onschuldig was. En toen Jezus stierf, gebeurde er nog iets bijzonders: het voorhangsel in de tempel scheurde, zodat iedereen het Heilige der Heilige binnen kon gaan. Maar God was nog niet klaar met Zijn plan en deed nog wat bijzonders: Hij zond Zijn Geest, zodat die in ons kon wonen. Daardoor zijn wij een tempel van God geworden, zodat we altijd bij Hem kunnen komen. Is dat niet geweldig? U en ik kunnen nu altijd bij God komen. Altijd! En dat is wat we vieren met Pinksteren.                                                 

Cor Hofman, Gemeente De Toevlucht