Rechtvaardig
Door Eerde de Vries

Wij hadden toch een afspraak?

Bijna al mijn zaken gaan over deze vraag. Vaak loopt daar dan nog de vraag doorheen wat het verschil is tussen een afspraak, een contract of een overeenkomst.

Wat mij betreft betekenen afspraak, overeenkomst of contract hetzelfde. Al denken de meesten bij “contract” vooral aan een officieel schriftelijk stuk: een koop-, een huur- of een arbeidscontract.

De Nederlandse wet spreekt over “overeenkomst”, dus daar hou ik het ook maar bij als ik het over die drie begrippen heb.

Vraag een jurist hoe een overeenkomst tot stand komt en hij zal antwoorden: “door een aanbod en de aanvaarding daarvan”. Zo staat het in de wet, artikel 217 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (notatie: art. 6:217 BW). Niets over “schriftelijk” of over “ondertekening”. Een mondelinge overeenkomst is dan ook net zo bindend als een schriftelijke. Het is alleen moeilijker te bewijzen, zeker als de ander ontkent dat er een overeenkomst is.

Die bewijsfunctie van een schriftelijke overeenkomst of akte, ook waar het de inhoud betreft, kwam mooi aan bod in een zaak die ik vorige week onder ogen kreeg.

De eisende partij zwaaide met een geldleenovereenkomst van twee bladzijden, waarin was vastgelegd dat die eisende partij € 150.000,-- aan de andere partij had uitgeleend en eiste dat bedrag terug. De aangesproken partij  had een opvallend verweer. Hij erkende dat de handtekening op het laatste vel van hem was, maar beweerde dat hij die handtekening destijds op een blanco vel had gezet, dus kon dit stuk niet als bewijs van zijn schuld uit geldleenovereenkomst dienen.

Als dat verweer op zou gaan, kunnen heel wat overeenkomsten de prullenmand in, want vaak zijn de eerste en daarop volgende bladen niet getekend of geparafeerd en is alleen het laatste “handtekeningenblad” getekend.

Hier was dus de rechtsvraag: Slaat “ondertekend” alleen op wat boven de handtekening staat en dus niet, zoals hier, op wat op het eerste vel stond? Strikt taalkundig is verdedigbaar dat alleen de tekst boven de handtekening “ondertekend” is en dus niet ook de tekst op een “voorblad”.

De Hoge Raad hakte de knoop door en oordeelde: Ook een meer bladzijden tellend stuk dat alleen aan het slot is getekend, geldt als bewijs van alles wat in dat stuk is vastgelegd. Natuurlijk, zei de niet-jurist.