Rechtvaardig
Door Eerde de Vries

Hoera, Ome Jan is eindelijk dood!

Een column met die titel schreef ik al eens jaren terug. De titel verwijst naar een vers, geschreven door de altijd wat zwartgallige dichter en artiest Hans Dorrestijn, “Ging Ome Jan Maar Dood”.

In die oude column sneed ik toen het probleem aan van de “zuivere aanvaarding van een nalatenschap.” Zo’n zuivere aanvaarding door de erfgenamen kon, en ik zeg met nadruk “kon”, worden afgeleid uit een gedraging. Bijvoorbeeld, het al te snel meenemen van het tafelzilver uit het sterfhuis. Waar tafelzilver is, is geld dacht de neef van de net overleden Ome Jan. Maar wat nu als Ome Jan verder alleen maar grote schulden naliet? Het erfrecht bepaalt dat wie een nalatenschap, een erfenis dus, zuiver of onvoorwaardelijk aanvaardt ook staat voor de betaling van de schulden van de overledene. Erfgenamen treden immers in de plaats van de overledene en krijgen behalve de bezittingen van de overledene ook zijn schulden in de schoot geworpen. Van die regel, waarbij dat meenemen van het tafelzilver al als zuivere aanvaarding kan worden uitgelegd, zijn in 2016 de scherpe kantjes wat afgehaald.

Maar het blijft uitkijken. Beter is het nog steeds om de nalatenschap voorwaardelijk te aanvaarden op voorwaarde dat er uiteindelijk, na betaling van de schulden, geld of spullen te verdelen overblijven. Dat heet dan beneficiair aanvaarden.

Dood en erven, het zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden begrippen, maar dat was niet altijd zo. Sinds ik mij meer en meer met erfrecht bezighoud, ontdekte ik dat het begrip “eigendom” in de Germaanse tijd nog nauwelijks bestond. De Germaanse stammen die hier tot in de eerste eeuwen na Christus leefden, kenden alleen een soort “stam-eigendom” en hadden daarom geen erfrecht nodig zoals wij dat nu kennen. Er ging toen, bij overlijden, geen eigen individueel vermogen over op “erfgenamen”. Er viel gewoon een mede-eigenaar/stamlid weg en de stam als collectief bleef gezamenlijk eigenaar van alles van de stam.

Op alle gebieden vond een ontwikkeling plaats waarbij steeds meer belang werd gehecht aan steeds kleinere verbanden. Tegenwoordig ligt het zwaartepunt bij ons, op het individu, en met die ontwikkeling nam ook in het erfrecht de strijd om het eigen belang toe. Sommigen wachten ongeduldig op de dood van Ome Jan, in de hoop dat die meer bezit dan tafelzilver.